Reptielen&amfibieën

Informatie over de adder

Adder

De Adder

Van de gifslangen in Midden-Europa komt de gewone adder het meeste voor. Hij is gelukkig zweer schuw, en slaat als iemand hem te dicht nadert liever op de vlucht dan dat hij toebijt.

De gewone adder behoort tot de adderachtingen en komt in grote delen van Europa voor. Hij kan zich vrij goed aan zijn omgeving aanpassen, en bewoont zowel zandduinen als bergstreken, hoogvenen en bosgebieden. Hij kan ook goed tegen een koud en vochtig klimaat.



Leefwijze

De adder past zijn actieve periode aan het jaargetijde aan. In het voorjaar en in de herfst neemt hij overdag vaak een zonnebad, maar in de zomer blijft hij tot vroeg in de avond in de schaduw. Als de winterkoude invalt, gaat de adder in winterslaap. Meestal brengt hij met soortgenoten zijn tijd door onder stenen, in rotsspleten of in holen van kleine zoogdieren. Als de temperaturen flink gaan dalen, graaft hij zich dieper in om de kou te ontlopen.

Vaak huizen ze wel met 30 of meer adder in één winterkwartier, en zelfs zouden er wel 300 of 400 bij elkaar zijn aangetroffen. Soms sluiten andere reptielen zich bij hen aan, zelf reptielen die normaal gesproken prooidieren voor de adder zijn, gedurende de winter worden ze echter met rust gelaten.

Voedsel en jacht

De gewone adder blijft zijn hele leven in een betrekkelijk klein gebied. Zodoende kent hij zijn terrein door en door, en kan zijn prooien makkelijk opsporen. Vaak bevindt er zich binnen zijn territorium ook water waar zich kikkers, hagedissen en waterratten op houden. Muizen, spitsmuizen en andere kleine knaagdieren zijn echter hoofdvoedsel. De adder spoort zijn prooi op doordat hij trillingen van de bodem waarneemt, en door de geur van de prooi te volgen. Zodra de prooi binnen zijn bereik komt, stoot hij bliksem snel toe, slaat zijn tanden in het vlees en spuit het gif in de wond, Vaak vlucht het prooidier weg na de beet van de adder, maar deze volgt hem omdat hij zeker weet dat het gif binnen enkele minuten uitwerking zal hebben. Tot slot wordt de buit in zijn geheel verslonden.

Voortplanting

In de paartijd vechten de mannelijke adders om de vrouwtjes, Twee mannetjes stellen zich met het voorste deel van hun lichaam opgericht tegenover elkaar op, slingeren zich om elkaar heen, drukken het voorste deel van hun lichamen tegen elkaar aan totdat één van de twee tenslotte tegen de grond gedrukt wordt en opgeeft. De overwinnaar moet dan nog veel moeite doen om het vrouwtje gunstig te stemmen voordat het tot een paring komt. De bevruchte eieren worden, door een membraam omhuld, ongeveer drie maanden lang in het lichaam van het vrouwtje meegedragen. Kort voor de geboorte van de meestal 8 tot 12 jongen, scheurt het membraam in het lichaam van de moeder: de jongen komen als miniatuur-uitgaven van hun ouders ter wereld. De jongen zijn al direct zelfstandig maar blijven toch nog vaak enkele maanden bij de moeder. Zij voeden zich met insekten en wormen die ze zelf vangen. In gebieden met korte zomers, in Noord en West Europa, is het vrouwtje slecht eens in de 2 jaar vruchtbaar.

Soortbescherming

De bestanden zijn ingekromen door verlies aan leegebieden. In sommige streken wordt hij zelfs met uitsterven bedreigd. Een natuurlijke vijand van de adder is de egel, die echter niet immuun is voor het addergif.



Kenmerken van de gewone adder

Ogen: door verticale pupillen kan de slang horizontale bewegingen goed waarnemen

Oren: geen uitwendige oren of trommelvlies, slangen zijn doof, maar ze nemen wel trillingen waar.

Vrouwtje: iets groter dam het mannetje, roodbruin van kleur met zwakkere tekening

Mannetje: duidelijk zwart afstekende ruitvormige op een geel achtige of olijf tot grijs gekleurde ondergrond

Jongen: er worden ongeveer 5 tot 15 jongen geboren, gehuld in een dun velletje waar ze als snel uitkruipen.

Groepen:

Orde: hagedissen en slangen

Klasse: Reptielen

Familie: Adderachtigen

Geslacht&soort: vipera berus

Afmetingen:

Lengte: vrouwtje tot 80cm, mannetje tot 60cm, Pasgeboren jong 16cm

Verspreiding:

Komt voor in Midden- en Noord-Europa tot aan de poolcircel en in het Verre Oosten, maar niet op Ijsland, in Ierland en het grootste deel van Zuid-Europa

Voortplanting:

Geslachtsrijp: met 3-4 jaar

Paartijd: april/mei Aantal jongen 5-15

Leefwijze:

Gedrag: solitair, behalve in de paartijd en in de winter

Voedsel: kleine knaagdieren, hagedissen, kikkers en jonge vogels

Verwante soorten:

Andere adderachigen in Europa o.a spitssnuitadder V, ursinii, aspisadder V. aspis, wipneusadder V. latasti, Bergadder V. xanthina, Levantadder V. lebetina en de hoornadder V. ammodytes.

Tags

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *