Zoogdieren

Informatie over de Bengaalse tijger

Bengaalse tijger

Bengaalse tijger / Konings tijger

Er bestaan verschillende tijger rassen die over de hele wereld verdeeld zijn en zich aangepast hebben aan hun leefgebied. Tegenwoordig is de Bengaalse tijger het talrijkst in de wouden van het vlakke kustgebied van Sandarban in Oost-India en Bangladesh waar de Ganges in de golf van Bengalen uitmondt.  Dit tijger ras komt ook in andere gebieden in India en in delen van Nepal en Birma voor.


Tijgers hebben een groot jachtgebied nodig; mannetjes zo’n 55 en vrouwtjes zo’n 45 vierkante meter. Aangezien tijgers solitair leven en hun jachtgebied niet willen delen met andere, heeft zelfs een heel kleine populatie al een groot leefgebied nodig. Tijgers gebruiken meestal meerdere slaapplaatsen in hun territorium. Dit is afhankelijk van waar ze zich bevinden.

Gedrag

De tijger is een solitair levend nachtdier. Hij deelt zijn territorium niet graag met anderen. Om hun gebied te begrenzen, markeren ze het door hun sterk ruikende urine en door klierafscheidingen, die als waarschuwing dienen voor andere tijgers die in de buurt leven. Ze kunnen ook door boomschors van bomen af te rukken hun territorium angeven. De tijger sleept de buit in het struikgewas en bedekt het met bladeren totdat hij terugkomt.

Voortplanting

De paartijd is normaal gesproken in de lente. Een vrouwtje krijgt in haar territorium bezoek van een mannetje dat in een aangrenzend gebied woont. Hij blijft 20 tot 80 dagen met haar samen. Gedurende deze periode is de tijgerin slechts drie tot zeven dagen vruchtbaar. Na de paring keert het mannetje naar zijn eigen territorium terug. Na ongeveer 15 weken worden twee tot vier welpjes geboren die de eerste tien dagen nog blind zijn. De moeder zoogt hen acht weken lang en voert hen daarna kleine stukjes jachtbuit. Na zes maanden laat ze de jongen voor het eerst een paar dagen alleen om op jacht te kunnen gaan. Als de jongen groter zijn, neemt de tijgerin hen mee op jacht. Zodra ze een maand of elf zijn, kunnen de welpen alleen op jacht en met 16 maanden zijn ze krachtig genoeg om grotere prooidieren te kunnen vangen.

Voedsel en jacht

Tijgers jagen ’s nachts door hun prooi te besluipen. Tijgers kunnen een korte sprint trekken, maar lichtvoetige prooidieren zoals gezonde herten zijn hen meestal te snel af. Een tijger bespringt zijn prooi van opzij of van achteren. Kleinere dieren doodt hij met een beet in de nek, grotere verstikt hij met een beet in de keel. Tijgers hebben een voorkeur voor wild. Ze jagen op herten, zwijnen en buffels. Mannetjesbuffels wegen zeker 700 kilo, ongeveer het dubbele van de tijger. Hoewel een tijger zo’n dier bijna altijd te pakken krijgt, geeft hij toch de voorkeur aan jonge of oude dieren die weinig weerstand bieden. In het Sandarban-gebied vormen axisherten, wilde zwijnen, apen en hagedissen de hoofdbuit van een tijger.



Groepen

Orde: Roofdieren

Familie: Katachtigen

Geslacht & Soort: Panthera tigris Tigris

Afmetingen

Schouderhoogte: 91 cm

Lengte: 2,7 – 3,1 m; gemeten van kop tot staart

Gewicht: mannetjes 180-260 kg

Verspreiding

De Bengaalse tijger komt vooral in het Sandarbangebied tussen India en Bangladesh, maar ook in Noord- en Midden-India, Birma en Nepal.

Voortplanting

Geslachtsrijp: vanaf 3-4 jaar

Paartijd: in de lente

Draagtijd: 95-112 dagen

Aantal jongen: meestal 2-3 jongen, soms meer

Leefwijze

Gedrag: solitair levend en nachtdier

Voedsel: Indische herten (axisherten), apen

Geluid: gebrul, spinnen Levensverwachting: 15 jaar

Verwante soorten

Er zijn zeven grote tijgerondersoorten op de wereld, die zich door de kleur van de vacht van elkaar onderscheiden

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *