Reptielen&amfibieën

Informatie over de gewone pofadder

Pofadder

Gewone Pofadder

De gewone pofadder is een van de meest gevreesde Afrikaanse gifslangen. Bij gevaar blaast deze gedrongen slang zich op en sist luid, voor hij zich op zijn belager stort. Vaak is de beet dodelijk.

De kleur van de gewone pofadder verschilt al naar gelang de ondergrond waarop hij leeft. Hij is niet alleen zo goed gecamoufleerd om vijanden te misleiden, maar ook om argeloze prooien niet te verschrikken. Mensen zijn nogal eens ernstig gebeten, nadat ze perongeluk op de slang waren gaan staan, omdat ze hem niet gezien hadden.



Leefwijze

De gewone pofadder komt in het grootste deel van Afrika in allerlei leefgebieden voor, van woestijnen tot in het regenbos. Hij struint ook boerderijen af op zoek naar kippen en ratten in graanschuren. Met een lengte van ongeveer 90 cm maakt hij een nogal robuuste indruk, zeker ook door zijn dikke lijf en brede kop. Hij kruipt traag met uitgestrekt lichaam over de grond door zijn buikspieren aan te trekken, zodat de grote ruwe buikplaten tegen de ondergrond gedrukt worden. Dit wordt ook wel “lopen” genoemd. In de nacht wacht hij op voorbijtrekkende prooidieren. Hij klimt graag in struiken om te zonnen. Vooral drachtige vrouwtjes zijn zeer gesteld op een zonnebad. Zonder aarzeling waagt hij zich ook in het water, en warmt zich in de avond op asfaltwegen, die nog warm zijn van de zonnenstralen.De pofadder is prooidier voor roofvogels, ichneumons, knobbelzwijnen en zelfs voor andere slangen. Bij gevaar blaast hij zich op en sist. Als dit de vijand niet afschrikt, tilt hij het voorste deel van zijn lijf van de grond en stoot toe.

Voorplanting

Aan het begin van de paartijd houden de mannetjes schijngevechten om de gunst van een vrouwtje. Tijdens de paring windt het mannetje zijn staartonderkant rond het vrouwtje en voert zijn hemipenis, een tweetoppig geslachtsorgaan in de cloaca van het vrouwtje.De bevruchte eieren blijven in haar lichaam tot de jongen in maart of april het volgend jaar “levend” geboren worden: de dunschalige eieren scheuren meestal tijdens het “leggen” en de kleine slangen zijn al uit de eieren gekropen wanneer ze het moederlichaam verlaten.

Slangen die op deze manier jongen baren, noemt men ovovivipaar: eierlevendbarend, levendbarend na groei in een ei in plaats van via een placenta.Er zijn gevallen bekend waarbij een vrouwtje meer dan 80 jongen pofaddertjes ter wereld bracht, De pasgeboren jongen zijn ongeveer 20cm lang en kunnen direct een prooi doden. Meestal vervellen ze echter eerst en kunnen dan niet jagen. Ze voeden zich deze periode met inwendige dooierzak, een laatste restand van hun embryonale ontwikkeling. Daarna zijn ze bijna een kwart groter geworden. Met twee jaar zijn ze geslachtsrijp.

Verdediging

De variabele schutkleur van de pofadder is een typische overlevingsstrategie. Woestijndieren zijn licht geelbruin met donkerbruine, naar de achterengerichte, hoekige vlekken met een lichte rand: bosdieren hebben een donkere huid met een olijfgroene en bruine tekening, waardoor ze tussen afgevalle blad vrijwel onzichtbaar zijn. Desondanks kunnen vijanden de slang ontdekken, die dan naar drastische methoden moet grijpen. Hij blaast zich luid sissend op. Als dit niet werkt, bijt hij toe. Een zeer werkzaam gif wordt vanuit de klieren in de kop via de tanden in het lichaam van de aanvaller gepompt. De plaats van de beet begint te branden, zwelt op en er ontstaan blazen. Meestal is het gevolg hiervan een dodelijke hapering van het hart of de nieren.

Voedsel en jacht

Naast kleine zoogdieren vallen ook vogels, kikkers, padden en hagedissen aan deze slang ten prooi, onzichtbaar door een aan zijn omgeving aangepast kleurpatroon wacht de slang soms urenlang doodstil op zijn geschikte prooi. De pofadder verspilt geen gif aan kleine hapjes zoals kikkers, deze worden leven naar binnen geschoven. Grotere prooien worden door de giftanden met gif geinjecteerd. Het gif is meestal dodelijk, maar werkt langzamer dan dat van mamba’s of cobra’s. Daardoor kan het slachtoffer vaak nog ontvluchten voor hij sterft. De pofadder volgt echter zijn spoor tot hij het dode dier gevonden heeft. Hij pakt de prooi met de tanden in de onderkaak en verslind hem in zijn geheel. De maaltijd zit als een prop in de keel. De slang richt echter zijn kop op, waarna de hap door de spierbewegingen naar de maag getransporteerd wordt. het verteringsproces duurt lang.



Soortbescherming

Hoewel hij vijanden heeft en door de mens wordt gevreesd, lijkt de gewone pofadder niet direct een bedreigde soort te zijn.

Kenmerken van de gewone pofadder

Kop: de brende afgeplatte en enigzins driehoekig afgeronde kop steekt duidelijk bij de rest van zijn lichaam af. Hij is voorzien van gifklieren en sterke kaakspieren. De slang heeft grote ogen om tijdens de jacht goed te kunnen zien.

Giftanden: zijn hol, zodat het gif in het lichaam van de prooi kan lopen in rust kunnen de giftanden in de mondholte teruggeklapt worden.

Huid: draagt ruwe schubben en camouflagekleuren. De kleur varieert afhankelijk van zijn leefgebied, meestal is er een V vormige dwarsbandering over het hele lijf aanwezig. Het vrouwtje is feller gekleurd dan het mannetje

Lichaam: gedrongen, relatief kort en dik, driehoekig in doorsnede. Het straarteinde loopt spits toe. Het mannetje blijft kleiner dan het vrouwtje.

Groepen

Orde: hagedissen en slangen

Klasse: Reptielen

Familie: Adders

Geslacht&soort: Bitis arietans

Afmetingen

Lengte: 70-90cm

Verspreiding

De pofadder heeft een grote verspreiding in Afrika, en is daar bijna overal te vinden, behalve op hoogten boven de 2000m, zowel in regenwouden als in de droogste woestijnen. Het verpreidingsgebied omvat ook een deel van het Arabisch Schiereiland

Voortplanting

Geslachtsrijp: met ca. 2 jaar Paartijd: oktober tot december Aantal jongen 20-30 soms meer dan 50Draagtijd: Ca. 5 maanden: de eieren ontwikkelen zich in het lichaam van het vrouwje

Leefwijze

Gedrag: solitair, meestal in de nacht actief  Voedsel: allerlei kleine zoogdieren, vogels, reptielen en amphibieën   Levensverwachting: in gevangenschap hoogstens 15 jaar

Verwante soorten

Het geslacht Bitis omvat een achttal soorten. De grootste in de Gabonadder, Britis gabonice, de kleine de dwegpofadder, B. peringueyi

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *