Vogels

Informatie over de Keizerspinguïn

Keizerpinguin

Keizerspinguïn

De keizerspinguïn is niet alleen de grootste zeevogel, maar ook die met de grootste weerstand. Hij leeft op het pakijs van Antarctica en overleeft temperaturen van -20°C en stormen met orkaankracht.

Soortbescherming

De keizerspinguïn heeft weinig natuurlijke vijanden en leeft in een gebied waar verder weinig andere dieren kunnen overleven. Hoewel er momenteel meer dan 150.000 paren voorkomen zou de verontreiniging van de poolzee het bestaan van de soort kunnen bedreigen.



Leefomgeving

De keizerspinguïn leeft uitsluitend op het pakijs van Antarctica en de omliggende zeeën. Hij kan daardoor aanspraak maken op de kwalificatie de enige vogel te zijn die nooit voet op droge grond zet. Hoewel de keizerspinguïn een zeevogel is die zijn voedsel uitsluitend uit zee betrekt, liggen de broedgebieden gewoonlijk in de beschutting van ijskliffen op vast ijs, vaak vele kilometers landinwaarts. Omdat de vogels in de winter broeden, moeten ze plaatsen uitkiezen waar het ijs bij de komst van de zomer en voor het volwassen worden van de jongen niet smelt. Veel vogels verplaatsen zich daarom meer dan 100 kilometer over het ijs.

Voortplanting

De balts begint in maart, en tussen mei en juni wordt gedurende de donkere antarctische winter het enige ei gelegd. De ouders bouwen geen nest, daar er op Antarctica vrijwel geen bouwmaterialen voorhanden zijn. Om het tegen de kou te beschermen wordt het op de poten warm gehouden. Het vrouwtje draagt het ei aan de partner over volgens een vast ritueel, waarbij ze hun snavel naar beneden houden en roepen. Het vrouwtje keert dan naar zee terug en laat het broeden verder over aan het mannetje. Het mannetje broedt circa 40 tot 50 dagen lang. Hij beschermt het ei tegen de ijzige temperatuur (die soms tot onder de min veertig graden komt) in een huidplooi die onder zijn buik hangt. De broedende mannetjes staan dicht tegen elkaar aan om warm te blijven, soms 6000 vogels bij elkaar. Het vrouwtje keert kort voor het uitkomen van het jong terug. Ze neemt de laatste dagen van de broedperiode over en beschermt vervolgens veertig dagen lang het kuiken. Het uitgeputte mannetje heeft dan ongeveer de helft van zijn gewicht verloren en loopt terug naar open zee om te eten. Zodra het jong oud genoeg is om alleen te blijven, worden ze samen met andere jongen in een soort kindercreche gebracht, terwijl beide ouders op zoek naar voedsel gaan.

Vijanden en prooien

Er leven meer dan 300.000 keizerspinguïns op Antarctica. In hun woongebied ver van de rest van de wereld hebben ze weinig vijanden te duchten. De enige dieren die af en toe een volwassen keizerspinguïn in of nabij het water doden zijn zeeluipaarden en orca’s. Op het pakijs komt het af en toe voor dat roofmeeuwen een pinguïnjong grijpen. De grootste bedreiging vormen echter de reuzenstormvogels, die voor eenderde van de verliezen van de jongen verantwoordelijk zijn. De keizerspinguïns zelf maken jacht op vissen, inktvissen en krabben. Het zijn geen bijzonder snelle zwemmers: slechts zes tot acht kilometer per uur.

Speciale aanpassingen

De keizerspinguïn bezit een aantal aanpassingen om te kunnen overleven onder omstandigheden die tot de meest barre van onze aarde behoren. Op temperatuur blijven is uiterst belangrijk. Daartoe bezit hij een dicht verenkleed met een dozijn veren per vierkante centimeter. Deze zijn kort en stug met een donzige basis en liggen dicht tegen elkaar aan. Zo vormen ze een effectieve isolerende luchtlaag. Ook de lichaamsvorm met een verhoudingsgewijs klein oppervlak is een warmtebesparende aanpassing. De dikke, isolerende speklaag vormt ook nog een nuttige energiereserve. Het dier heeft zelfs een warmte-uitwisselingssysteem in zijn neusholten ontwikkeld, waardoor hij bij ademen zo weinig mogelijk warmte verliest. Ook de vleugels en poten zijn toegerust om het warmteverlies tot een minimum te beperken. Als aanvulling daarop staan pinguïns groepsgewijs dicht tegen elkaar.



Groepen:

Orde: Pinguïns

Familie: Pinguïns

Geslacht&soort: Aptenodytes forsteri

Afmetingen:

Lengte: 112 cm

Gewicht: 20-40 kg

Verspreiding:

De keizerspinguïn is de zuidelijkst broedende pinguïn van de wereld. Hij houdt zich zelden buiten de poolcirkel op.

Voorplanting:

Geslachtsrijp: na 3-6 jaar

Paartijd: maart tot december

Aantal broedsels: 1 Eieren: 1, wit

Broedduur: 64 dagen

Leefwijze:

Gedrag: leeft sociaal in kolonies van 500 tot 20.000 paren

Voedsel: vis, inktvis en kreeftachtigen

Levensverwachting: 20 jaar

Verwante soorten:

De nauwste verwant van de keizerspinguïn is de koningspinguïn (Aptenodytes patagonica), die er sterk op lijkt maar kleiner blijft: deze is slechts 85 cm hoog en 10- 20 kg zwaar.

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *