Vogels

Informatie over de Knobbelzwaan

Knobbelzwaan

Knobbelzwaan

De knobbelzwaan werd in de 16e en 17e eeuw in Europese landen ingevoerd. Vroeger waren ze alleen in gevangenschap te zien, maar tegenwoordig leven ze bij ons vooral in het wild.




Soortbescherming

De knobbelzwaan zijn bij ons niet bedreigd en worden een plaag in bepaalde gebieden door het grote voedselaanbod.

Leefwijze

Zwanen verdedigen hun eenmaal afgebakende territorium fanatiek: het mannetje kan daarbij zeer agressief worden. Hij neemt dan een dreigende houding aan waarbij hij zijn vleugels wijd uitspreidt, zijn kop laat zakken, en luid sissend op de indringer af gaat. Zoals alle eendachtigen verliezen zwanen in de rui plotseling hun slagpennen, zodat ze niet meer kunnen vliegen. Om toch altijd hun jongen te kunnen verdedigen als het nodig is, raakt het vrouwtje in de rui zolang de jongen nog klein zijn en begint de rui bij het mannetje pas als bij het vrouwtje de belangrijkste veren weer aangroeid zijn. In Midden-Europa en op de Britse Eilanden blijven de knobbelzwanen zelfs s’winters in hun broedgebied en trekken maar zelden weg. Veel van hen verlaten wel hun broedgebieden, en vormen op nabij gelegen wateren kleine zwermen. In Scandinavië ondememen zwanen elk jaar een lange trektocht. Van hun broedplaatsen bij de inlandse meren die in de winter dichtvriezen, trekken ze elke herfst naar de kust van de Oostzee.

Voortplanting

Knobbelzwanen beginnen in april te broeden. Ze nestelen op de grond, aan de rand van het water. Het mannetje brengt het vrouwtje takjes en rietstengels waarmee ze het nest kan bouwen. Soms worden de nesten elk jaar weer gebruikt. De eieren worden met tussenpozen van 48 uur gelegd. Het vrouwtje zit het meest op het nest en begint pas te broeden wanneer ze haar laatste ei gelegd heeft. Zwanekuikens verlaten het nest al kort nadat ze uit het ei gekomen zijn, maar blijven tot in de winter bij hun ouders. Het duurt een jaar voordat ze hun volwassen verenkleed krijgen.

Voedsel en voedingsgewoonte

Knobbelzwanen eten vooral overdag en voornamelijk plantaardig materiaal. Ze voeden zich met waterplanten en wortels die ze uit de bodem trekken. Af en toe gaan ze ook het land op om grassen, kruiden en zaden te eten. Af en toe eten ze kleine visjes, kikkers of insekten. In parken bestaat een aanzienlijk deel van hun dagelijkse voeding uit brood dat ze krijgen toegeworpen. Jonge zwanen eten kleine stukjes van planten die hun ouders al verkleind hebben en ongewervelde diertjes. Zwanen strekken hun lange hals om de planten op de bodem te kunnen eten.

Veldwaarnemingen

Knobbelzwanen ziet men het meest op het platteland. Men vindt ze vrijwel ieder niet te klein gebied met ondiepe, open wateren zoals kanalen, spaarbekkens, moerassen of rivieren. In ieder geval hebben zwanen grote wateroppervlaktes nodig, enerzijds voor voldoende voedsel, anderzijds omdat ze een lange ‘startbaan’ nodig hebben om weg te kunnen vliegen. Tijdens de broedtijd zoeken ze een ongestoorde plek om hun nest te bouwen. Soms ligt het nest vrij ver van het water waar ze zich normaal ophouden, zodat ze niet gestoord worden door schepen en menselijke activiteiten.

De zwaan en de mens

Hoewel het zwanenbestand niet direct gevaar loopt, is hun aantal wel achteruit gegaan op plaatsen waar veel gehengeld wordt. De loden gewichtjes die sportvissers voor hun dobbers gebruiken, geven zo veel lood aan het water af, zodat de zwanen erdoor vergiftigd worden omdat ze het met hun voedsel binnen krijgen. In Engeland is het gebruik van lood bij het vissen onlangs verboden, wat direct tot gevolg had dat het aantal zwanen weer toenam. Een ander gevaar voor de zwanen dreigt in de lucht: veel zwanen die in de buurt van hoogspanningsleidingen leven, lopen de kans dat ze er tegenaan vliegen.




Groepen:

Orde: Eendachtigen

Familie: Zwanen

Geslacht&soort: Cygnus olor

Afmetingen:

Lengte: 150 cm

Vleugelspanwijdte: 200 cm

Gewicht: mannetje 12-20 kg, vrouwtje rond 10 kg

Verspreiding:

Algemeen in Midden-Europa en op de Britse Eilanden. Ook in Noord-Europa en oostelijk tot in Mongolië. de knobbelzwaan treft men in het wild aan en als (ingevoerd) huisdier ten westen van zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied.

Voortplanting:

Geslachtsrijp: met 2-3 jaar

Broedtijd: maart tot juni

Aantal broedsels: 1

Legsel: 5-8 groenwitte eieren

Broedduur: 36 dagen

Nestverblijf: 3-4 maanden

Leefwijze:

Gedrag: de paartjes blijven elkaar levenslang trouw; als een van beide sterft, wordt een nieuwe partner gekozen

Voedsel: waterplanten, algen, grassen en zaden

Levensverwachting: kan tot 50 jaar oud worden, maar slechts een enkeling wordt ouder dan 7 jaar

Verwante soorten:

De zwarte zwaan is verwant. De wilde en kleine zwaan overwinteren in Midden-Europa

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *