Zoogdieren

Informatie over de leeuw

Leeuw

De Leeuw

Hoewel de leeuw bekend staat als de ‘koning van de jungle’ ligt zijn belangrijkste leefgebied in de Afrikaanse savanne. Tegenwoordig behoort de schitterende leeuw tot de beschermde soorten.

Soortbescherming

In de natuur leven leeuwen alleen nog in afgelegen en tot nu toe onontsloten gebieden.


De grootste hoop voor het voortbestaan van de leeuw is gelegen in het bestaan van goed beheerde nationale parken en wildreservaten.

Voedsel en jachtgewoonte

Gewoonlijk gaan leeuwen in de avondschemering op jacht. Ze rusten en slapen overdag. Ze bezitten een bijzonder goed gezichtsvermogen en kunnen ook in de duisternis goed zien. Gewoonlijk jagen de leeuwinnen. Hoewel de mannelijke leeuw nauwelijks tot niet helpt bij de jacht, heeft hij steeds voorrang bij het eten van de buit. Hij sleept de prooi naar de schaduw en doet er zich aan tegoed voordat de jongen en leeuwinnen mogen eten. De jachtwordt goed georganiseerd. De prooi wordt gedood door hem op de grond te trekken en met een wurgbeet te verstikken. Als bij droogte het water schaars is, ligt de leeuw vaak in de buurt van de drinkplaats op de loer omdat hij weet dat de prooi vroeg of laat moet drinken. Wanneer er weinig voedsel is, eten leeuwen bijna alles, tot zelfs aas toe. Door honger gedreven vallen de leeuwinnen soms grotere prooidieren aan zoals giraffen, buffels en zelfs neushoorns, nijlpaarden en kalveren van olifanten. Bij de jacht op een dergelijke gevaarlijke buit leiden enkele leeuwinnen de aandacht van de moeder af, terwijl de rest het kalf aanvalt.

Leefwijze

In tegenstelling tot veel katachtigen, zijn leeuwen sociale dieren die in groepen leven van 20-30 dieren. In vele groepen leeft slechts een mannetje, in andere maximaal vier. Als er meerdere mannetjes leven, zijn dit in de regel in de groep geboren jonge dieren. Bij het verdedigen van hun territoria vinden hevige gevechten plaats. Elke poging van een vreemd mannetje om het territorium binnen te dringen wordt door de mannelijke leeuw afgeweerd. In gelijke mate stellen vrouwtjes zich teweer tegen vrouwelijke indringers. Dit kan tot bloedige gevechten leiden, die vaak eindigen met de dood van een van de leeuwen. Mannelijke leeuwen zijn lui en gebruiken de groep om zich te laten verzorgen zonder daar zelf iets voor te hoeven doen. Na een of twee voortplantingsperioden in zijn groep verliest hij zijn interesse en gaat dan veelvuldig gevechten aan met rivaliserende mannetjes. Als hij verliest, zoekt hij een andere groep op. Op deze manier wordt inteelt vermeden. De winnaar van een gevecht tussen twee mannetjes neemt de dominante rol binnen de roedel over.

Voortplanting

Een leeuwin werpt elke twee jaar jongen. Kort voor de geboorte zoekt ze een geschikte plek in de buurt van water die bescherming moet bieden tegen wind en mogelijke aanvallers. De jongen worden blind en met een gevlekt vel geboren. De eerste twee maanden zijn ze volkomen van de melk van hun moeder afhankelijk. Na zes weken beginnen ze de moeder tijdens de jacht te begeleiden. Zo ervarende jongen de smaak van vlees en leren de kunst van het jagen. Een jonge leeuw is pas in staat vlees in kleine stukken te scheuren wanneer hij op een leeftijd van een jaar het volwassen gebit krijgt. Tot dat moment is het jong wat voedsel betreft van de moeder afhankelijk. Wanneer de jongen twee jaar zijn, wordt de moeder opnieuw drachtig en moeten ze haar verlaten. Meer dan de helft van de jongen overleeft echter de eerste twee of drie weken niet, nadat ze door de moeder alleen gelaten zijn.



Geslachtsrijp: met 2 jaar
Paartijd: vrijwel altijd; leeuwinnen werpen elke 2 jaar
Draagtijd: 105-112 dagen
Aantal jongen: 2-5 jongen

Groepen:

Orde: Roofdieren

Familie: Katachtigen

Geslacht & Soort: Panthera leo

Afmetingen:

Lengte: mannetje 2.7 m, waarvan 90 cm staart; vrouwtje kleiner

Gewicht: 200-250 kg

Verspreiding:

In Afrika zuidelijk van de Sahara, alsook in het Indiase Gierwoud. Een kleine populatie in de afgelegen delen van Iran geldt als uitgeroeid.

Leefwijze:

Gedrag: sociaal en territoriaal in kleine groepen levend; jonge mannetjes zonder eigen roedel leven apart in kleine groepen
Voedsel: gnoes, zebra’s, impala’s en andere antilopen en gazellen
Geluid: leeuwen brullen om rivalen uit hun territorium te verdrijven. Leeuwinnen brullen na een succesvolle jacht.

Verwante soorten:

Luipaard, sneeuwluipaard, tijger en jaguar behoren alle tot de geslachtengroep van de grote katten, Pantherini.

Tags

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *