Zoogdieren

Informatie over de luipaard

Luipaard

Luipaard

De luipaard leeft het grootste deel van de tijd solitair, in de regel binnen een vast omlijnd territorium. Alleen de paartijd en de periode dat de vrouwtjes jongen hebben vormen uitzonderingen hierop. Bij een teveel aan luipaarden in een bepaald gebied zou op de lange termijn het gevaar van voedseltekort ontstaan door overbejaging of verdrijving van de prooidieren. Net als andere vertegenwoordigers van de katachtigen markeert de luipaard de grenzen van zijn territorium met urine en voorziet bomen van krabsporen.


Op plaatsen waar veel wild leeft, zijn de territoria kleiner dan in wildarme gebieden. Territoria van mannetjes zijn in de regel groter dan van de vrouwtjes en snijden vaak die van een of meer vrouwtjes.

Gedrag: solitair; verborgen levend

Voedsel: grote en kleine zoogdieren en vogels

Levensverwachting: 12 jaar in het wild, in gevangenschap 20 jaar

Voortplanting:

De beide sexen komen gedurende zes of zeven dagen, wanneer het vrouwtje paringsbereid is, samen voor de paring. Het mannetje wordt aangelokt door de sterke geur van de urine die het vrouwtje tegen de bomen sproeit. Na de paring keert het mannetje naar zijn eigen territorium terug en bemoeit zich noch met de geboorte noch met het grootbrengen van de jongen.De jongen komen na een korte zwangerschap van drie maanden op een goed verborgen schuilplaats ter wereld. Een langere draagtijd zou het vrouwtje beperken in haar mogelijkheid om te jagen, waardoor ze onvoldoende voedsel voor zichzelf en de ontwikkelende jongen zou hebben. Desondanks zijn de jongen bij hun geboorte klein en hulpeloos en wegen slechts tussen de 430 en 570 gram.Een worp kan uit maximaal zes jongen bestaan, maar in de regel overleven er slechts een of twee. De dofblauwe ogen, die typisch zijn voor alle jonge katten, openen zich na negen dagen. Op dat tijdstip zijn de vlekken op het vel zo dicht bij elkaar geplaatst dat ze op het eerste gezicht een geheel vormen. In de regel blijven de jongen circa twee jaar bij de moeder. Wanneer ze nog erg klein zijn, draagt ze hen om de paar dagen naar een nieuwe schuilplaats om te voorkomen dat ze aan leeuwen, hyena’s of zelfs mannelijke luipaarden ten prooi vallen. In deze periode leert de moeder de jongen te jagen en voor zichzelf te zorgen.

Geslachtsrijp: na 2,5 tot 3 jaar

Paartijd: in de tropen in elk jaargetijde, elders in het voorjaar

Draagtijd: 90-112 dagen

Aantal jongen: 2-3 jongen

Voeding en jachtgewoonte:

Gewoonlijk jaagt de luipaard in de ochtend- en avondschemering en gebruikt daarbij een gecombineerde sluip- en aanvalstechniek om zijn prooi te vangen. Soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld op de tak van een boom, maar meestal besluipt het zijn prooi met dodelijke rust en behendigheid. De prooi wordt gedood door een slag in de hals met de klauwen of door een beet in de nek. Vaak sleept hij de prooi, die soms net zo zwaar is als de luipaard zelf, een boom in en hangt het daar hoog tussen de takken. Daar is het veilig voor eventuele prooidieven als jakhalzen en hyena’s. Na te hebben gegeten gaat de luipaard als regel naar een poel om te drinken. De luipaard maakt jacht op een groot aantal diersoorten, van bavianen, knobbelzwijnen en middelgrote antilopen tot kleine zoogdieren en vogels. Sommige luipaarden ontwikkelen een speciale voorliefde voor een bepaalde diersoort.

De luipaard en de mens:

Wegens de schoonheid van zijn pels is de luipaard lange tijd bejaagd. Men schat dat in Oost-Afrika in het begin van de jaren ’60 ongeveer 50.000 dieren zijn gedood. Momenteel is de luipaard een beschermde diersoort, maar wordt desondanks nog steeds zwaar belaagd door herders en stropers. Hoewel de luipaard soms door mensen gehouden vee rooft, beginnen boeren zo langzamerhand zijn nut voor het beheersen van de bavianen- en wilde zwijnenstand te beseffen; op plaatsen waar de luipaard uitgeroeid is, brengen deze dieren namelijk aanzienlijke schade toe aan de oogst op de velden.



Groepen:

Orde: Roofdieren

Familie: Katachtigen

Geslacht & Soort: Panthera pardus

Afmetingen:

Schouderhoogte: 50-60 cm Lengte: 100-130 cm (kop en romp) Gewicht: 65-80 kg

Verspreiding:

In grote delen van Afrika en zuidelijk Azie en van het Midden-Oosten tot in het verre oosten van de voormalige Sovjetunie, Korea, China, Indonesie en Maleisie voorkomend.

Verwante soorten:

De nauw verwante Zuid Amerikaanse Jaguar, Panthera onca, heeft een sterk gelijkende vlekkentekening, maar is echter groter en krachtiger gebouwd.

Tags

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *