Zoogdieren

Informatie over de orang oetan

Orang-oetan

Orang-oetan

De orang oetan is een schuwe, solitair levende mensaap, die in grootte slechts de gorilla voor moet laten gaan. Hij leeft uitsluitend op Borneo en Sumatra, waar zijn aantal bedenkelijk is geslonken.

Soortbescherming

Ondanks het door de regeringen van Hongkong en Singapore uitgevaardigd in-en uitvoerverbod is de oerang-oetan ernstig bedreigd. Berschermingsprogramma’s, waarbij de orang oetan in gevangenschap wordt gefokt en vervolgens in hun vaderland wordt uitgezet, hebben wel enig resultaat, maar bovenal heeft de orang oetan een veilige, natuurlijke leefomgeving nodig.



Voedsel en voedingsgewoonte

De orang-oetan heeft boomschors, noten, bladeren, vruchten, insecten, eieren en aarde op zijn menu staan. Als er een rijke voedselbron ontdekt wordt, blijven orang-oetans net zo lang op die plek totdat het voedsel daar op is. Soms komen daar ook meerdere apen samen, zonder dat er overigens veel sociaal contact ontstaat. Orang-oetans schijnen net als alle andere apesoorten heel intelligent zijn. Ze bezitten de gave om zich de geografische structuur van hun omgeving zo goed in te prenten, dat ze zelfs over grote afstanden de weg door het oerwoud kunnen terug vinden. Ze weten ook precies op welke plek de vruchten rijp zijn. Als een orang-oetan dorst heeft, dan zoekt hij in een boom naar eenlaatste restje regenwater in het gebladerte. Hijdompelt zijn handener in onder, en likt het vocht van zijn behaarde handen af.

Gedrag

De orang-oetan leeft solitair hoog boven de grond in het gebladerte van de bossen. Alleen de volwassen mannetjes komen zo nu en dan op de grond. De orang-oetan is alleen overdag actief. ’s Nachts slapen het vrouwtje en haar jong in een eenvoudig nest, dat zij iedere avond in een vorkvormige vertakking van een boom bouwt, door takken met bladeren tot een soort platvorm om te buigen. Doordat een mannetje zwaarder is, is het voor hem meestal veiliger om op de grond te slapen. Alle orang-oetans slapen op hun zij, waarbij hun armen de kop ondersteunen. Bij het aanbreken van de dag verlaat de orang-oetan zijn nest en gaat op zoek naar voedsel. Tussen de middag doet hij een middagdutje en gaat daarna weer op voedsel uit. Tijdens de avondschemering bouwt hij weer een nieuw nest voor de nacht. Orang-oetans zijn lang niet sociaal als andere apesoorten, zij leven nietin grote groepen. Volwassen mannetjes leven zeer teruggetrokken. Zij bakenen een stuk bos af waar zij aanspraak op doen gelden. Binnendringende mannetjes zetten ze buiten hun grenzen.

Voortplanting

Orang-oetans vormen geen paartjes. Een dominerend mannetje kan een groot gebied bezitten, waarbinnen hij met meer vrouwtjes gemeenschap heeft. De paring kan over het gehele jaar plaatsvinden: geboorten zijn niet afhankelijk van het jaargetijde omdat er altijd voedsel voor handen is. Eens in de drie tot zes jaar krijgt een vrouwtje een jong, dat slechts langzaam groeit. Op ongeveer driejarige leeftijd is het jong min of meer zelfstandig, maar blijft meestal nog bij de moeder totdat het volgende jong geboren is. Het vrouwtje is pas weer paringsbereid als haar jong minstens drie jaar oud is. Zodoende krijgt zij in de loop van haar leven meestal maartwee of drie jongen.

De orang oetan en de mens

Orang-oetans zijn niet bang voor de mensen omdat ze geen collectieve slechte ervaringen met hen hebben. Toch is de mens zijn enige vijand: door de bevolkingsaanwas, ontginning van land voor akkers en houtwinning, wordt zijn leefomgeving steeds kleiner. Vrouwtjes worden gedood, hun jongen gevangen en aan dierentuinen verkocht hoewel de orang-oetans dan toch nog vaak dood gaan. Hierdoor is het aantal orang oetans na de Tweede Wereldoorlog enorm gedaald. De dieren planten zich te langzaam voort om hun bestand in de wildernis snel te herstellen. Daarom is de hele soort tegenwoordig ernstig bedreigd.



Groepen:

Orde: Primaten

Familie: Mensapen

Geslacht & Soort: Pongo pygmaeus

Afmetingen:

Lichaamshoogte: mannetje 150 cm, vrouwtje 115 cm

Gewicht: mannetje 60-100 kg, vrouwtje 40-50 kg

Verspreiding:

Alleen op Borneo en Sumatra

Voorplanting:

Geslachtsrijp: met 8-10 jaar

Paartijd: niet in een bepaald jaargetijde

Draagtijd: 260-270 dagen

Aantal jongen: meestal 1, zelden tweelingen

Leefwijze:

Geluid: piepen, jammeren, lang, brommend roepen en dof brullen

Gedrag: overdag actief, meestal solitair

Voedsel: vruchten, bladeren, boomschors, insekten en eieren

Levensverwachting: gemiddeld 35 jaar

Verwante soorten:

Er is maar een orang oetan-soort met twee ondersoorten op Borneo en Sumatra.

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *