Zoogdieren

Informatie over de Poema

Poema

Poema

De poema, ook wel bergleeuw of zilverleeuw genoemd, is een wilde kat die zich heel makkelijk aanpast. In sneeuwbedekt berggebied voelt hij zich even goed thuis als in het tropische regenwoud. De lange, slanke poema is zeer krachtig en kan grotere prooidieren, zoalsherten, met een enkele klap of beet vallen. Hoewel hij meestal roodofbruin van kleuris, kan de kleur varieren. InPatagonie is hij meestal rood- of zilvergrijs.




Soortbescherming

De poema behoort tot de beschermde diersoorten. Toch is het niet zo dat boeren en herders hem met gejuich begroeten als hij opduikt. Veel poema’s worden nog altijd door herders afgeschoten om de kudde te beschermen. Poema’s pakken echter zelden huisdieren.

Voedsel en jacht

Als uitgesproken vleeseter jaagt de poema van een hinderlaag uit, gewoonlijk in de ochtend en avondschemering, maar in gebieden die nauwelijks door de mens betreden worden, gaat hij ook wel overdag op jacht. Evenals andere katten besluipt hij zijn prooi en volgt hem als het moet. Vervolgens springt hij het dier op de rug en doodt hem met een krachtige beet in zijnnek met zijn dolkachtige tanden. De poema is zo sterk dat hij veelal zijn buit in de bek weg kan dragen of kan slepen. Poema’s hebben een groot jachtgebied. Zij jagen op praktisch elk beest dat zij tegen komen, van muis tot eland.

Het hoofdvoedsel in het jachtgebied van de poema’s bestaat voor 75 procent uit hertachtigen. Zijn er geen herten dan pakken ze alles wat ze krijgen kunnen, tot zelfs huisdieren. Poema’s zijn reusachtige springers en zeer goede sprinters, maar ze zijn bij achtervolging wel snel vermoeid. Overleeft een dier de eerste aanval van een poema, dan maakt hij een goede kans om te ontkomen. Zelden deelt de poema zijn gebied met een soortgenoot. Ze gaan elkaar liever uit de weg. Over het algemeen verdedigen ze hun territorium niet en proberen ook niet een andere poema weg te jagen.

Leefomgeving

Poema’s zijn in de koude, noordelijke bossen van Canada even inheems als in de rotsachtige, ravijnachtige berggebieden van de USA of in de tropische regenwouden van Brazilie. In Argentinie leven ze op de pampa’s; hun gebied strekt zich uit tot in het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika. Men vindt ze van de zeespiegel tot in het hooggebergte (tot 4500 meter). Behalve in de voortplantingstijd, leven de poema’s in holen, rotsspleten en dichte vegetatie en maar zelden op een vaste verblijfplaats.

Voortplanting

Territoria van mannetjes en vrouwtjes kunnen elkaar overlappen. Op deze manier kan een mannetje bemerken of een vrouwtje paringsbereid is. Dat kan in ieder jaargetijde zijn, maar in Noord-Amerika krijgt het vrouwtje in de regel haar jong aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar. Tijdens de paringstijd, die twee weken duurt, onderbreken mannetje en vrouwtje hun eenzaam bestaan en gaan samen jagen en slapen. Het vrouwtje brengt twee tot zes jongen op een verborgen plaats ter wereld, die zij zorgvuldig heeft aangelegd tussen rotsblokken of in een holte. Bij de geboorte hebben de jongen de ogen nog dicht en hebben ze een gevlekte pels, die zij een maand of zes behouden. Ze worden ongeveer drie maanden gezoogd, maar beginnen al met een week of zes vlees te eten. Als ze negen maanden oud zijn kunnen ze zelfstandig jagen, maar toch blijven ze normaal gesproken nog twee jaar lang bij de moeder. Na die tijd blijven de jongen nog enkele maanden bij elkaar.

De poema en de mens

Vroeger kwam de poema voor in heel Noord-, Midden-en Zuid- Amerika. Nu is hij in grote delen van zijn oorspronkelijke jachtgebied uitgeroeid, of is zijn overleven in gevaar. De schuldigen zijn de veefokkers, die poema’s zonder pardon neerschieten omdat ze een bedreiging vormen voor hun kalveren en koeien. In veel gebieden werden ze ook uitgeroeid omdat ze voor het wild een bedreiging vormden. Op die plaatsen groeiden de hertenpopulaties ongecontroleerd. Al snel was er in de overbevolkte gebieden niet voldoende voedsel meer om de groeiende aantallen herten te voeden.



Groepen:

Orde: Roofdieren

Familie: Katachtigen

Geslacht & Soort: Felis concolor

Afmetingen:

Schofthoogte: 65-75 cm

Lichaamslengte: 110-160 cm

Staartlengte: 67-78 cm

Gewicht: 36-90 kg

Verspreiding:

In Noord-en Zuid-Amerika tussen het zuiden van Canada en Patagonie.

Voortplanting:

Geslachtsrijp: het mannetje op zijn vroegst met drie, het vrouwtje met tweeenhalf jaar Paartijd: geen bepaalde tijd Draagtijd: 90-96 dagen Aantal jongen: 2-6

Leefwijze:

Gedrag: solitair, overwegend actief in schemering en nacht Voedsel: vooral hertensoorten, maar ook andere zoogdieren Levensverwachting: tot 18 jaar

Verwante soorten:

We kennen meerdere poemarassen, waarvan twee bedreigd. F.c.corui in Florida en F.c.couguar in Noordoost-Amerika.

Tags

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *