Vogels

Informatie over de Slechtvalk

Slechtvalk

Slechtvalk

Met zijn lange, spitse vleugels die de lucht doorklieven, is de pijlsnelle slechtvalk een prooigrijper zonder weerga. Hij leeft in Europa van onherbergzame hooglanden tot ruige klifkusten. De slechtvalk behoort tot één van de beste vogeljagers.

Ongetwijfeld heeft dit geleid tot vervolging door jagers en eierverzamelaars. Hierdoor is een dramatische teruggang in aantal ontstaan.



Soortbescherming

In Europa behoort de slechtvalk tot de beschermde vogels. Sommige broedparen worden, als ze in onveilige geieden nestelen, vaak ook door vrijwilligers bewaakt. In Europa leven ongeveer 5000 paren.

Voedsel en jacht

Het hoofdvoedsel van de slechtvalk bestaat uit vogels van leeuwerik en graspieper tot houtduif en moerassneeuwhoen. Als de valken in de winter veelal in de omgeving van riviermondingen jagen, voeden zij zich hoofdzakelijk met meeuwen, steltlopers en eenden. Meestal jaagt de valk door zich met opgevouwen vleugels vanuit de hoogte op zijn vliegende prooi te storten. Ook grijpt de slechtvalk de vogels soms op de grond. Gemiddeld heeft een slechtvalk per dag ongeveer 100 gram voedsel nodig. Zodra er jongen zijn, heeft hij meer nodig. Gedurende de broedtijd moeten ze vaak ver vliegen om voedsel te vinden. De grootte van hun jachtgebied ligt tussen de 40 en 200 vierkante kilometer. Hoewel ze zelden op zoogdieren jagen, verschalken ze soms wel een konijntje. Om meer te weten te komen over wat hun prooidieren zijn, hoeft men slechts de plaatsen te inspecteren waar ze het verenkleed van hun prooidieren afplukken en ze hun braakballen deponeren.

Leefomgeving

Slechtvalken geven de voorkeur aan open gebied zoals heide- en moeras-gebieden, steppen en halfwoestijnen. Hier hebben ze het meeste voordeel van hun scherpe gezichtsvermogen. In Midden-Europa is de slechtvalk het meest verbreid in de bergen met rotsen en kloven, waar hij kan broeden. Steile rotswanden in rivierdalen en steengroeven in het binnenland zijn voorkeursplaatsen. In de winter zien we de slechtvalk vaak aan water. Hier maken ze jacht op meeuwen. De wetenschappelijke Latijnse naam van de slechtvalk, ‘pelegrinus’, betekent vreemdeling of zwerver. Men kan hem in volle zee zien als hij op weg is van of naar zijn herfst- en winterkwartier. Vogels uit noordelijke gebieden trekken het verst.

Voortplanting

Een paartje slechtvalken bindt zich voor het leven. Gewoonlijk broeden zij op hoge, ontoegankelijke klippen en rotsen. Meestal keren mannetje en wijfje ieder jaar naar dezelfde nestplaats terug. Rotsrichels moeten genoeg plaats bieden aan een broedsel van vier jongen en ze moeten buiten het bereik van roofdieren liggen. Slechtvalken kiezen begroeide plaatsen omdat ze geen nest bouwen, maar hun eieren in een eenvoudige uitholling leggen. Eind maart begint de broedtijd. Meestal worden er drie of vier eieren gelegd. Het broeden begint nadat het laatste ei gelegd is en wordt overwegend door het wijfje op zich genomen.

Veldwaarnemingen

De beste tijd om slechtvalken te observeren is de broedtijd. Dan houden de slechtvalken zich op bij de steile rotsen en klippen. Let op slechtvalken die in cirkels omhoog vliegen of hoog in de lucht zweven. Slechtvalken zijn groter dan duiven, ook het mannetje. De slechtvalken zijn te herkennen aan hun gedrongen gestalte, de lange, spitse vleugels en de relatief korte staart. Typisch is ook de roep van de slechtvalken, die klinkt als ‘geeg- geeg-geeg’. Buiten de broedtijd ziet men jagende slechtvalken vooral bij riviermonden en grote watervlakten waar de slechtvalken jacht maken op waadvogels en eenden. Wanneer deze vogels paniekerig opvliegen, is de kans groot dat er een pijlsnelle slechtvalk in de buurt is



Groepen:

Orde: Roofvogels

Familie: Valken

Geslacht & Soort: Falco Peregrinus

Afmetingen:

Lengte: 40-46 cm

Vleugelspanwijdte: 92-110 cm

Gewicht: mannetje 600-750 gram, wijfje 900-1300 gram

Verspreiding:

Te vinden in Europa, Azië, Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Australië

Voorplanting:

Geslachtsrijp: met 3 jaar

Broedtijd: maart tot mei

Aantal legsels per jaar: 1

Legsel: 3-4 witachtige eieren met roodachtig-bruine spikkels

Broedduur: 29-32 dagen

Nestverblijf: 35-42 dagen

Leefwijze:

Gedrag: solitair levend

Voedsel: voornamelijk andere vogels

Levensverwachting: in het wild ongeveer 20 jaar

Verwante soorten:

De ondersoorten vertonen aanmerkelijke verschillen. De grootste soorten bevinden zich in de arctische gebieden, de kleinste in de woestijnen.

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *