Vogels

Informatie over de Wilde Eend

Wilde eend

Wilde eend

De mooie wilde eend, de grootste van alle grondeleenden, is overal en vertrouwd beeld, zelfs in stadssingels en- grachten. Hij is een van de talrijkste en meest verbreide vogelsoorten.  Geen watervlakte is compleet zonder wilde eenden die daar grondelen (met staart in de lucht onder water naar voedsel zoeken). Maar ze voelen zich op land, grazend als ganzen, ook goed thuis. Archeologische vondsten geven aanwijzingen dat de oude Egyptenaren wilde eenden als huisdier fokten.

Soortbescherming

Hun aantal lijkt constant te blijven. Door het vermogen zich aan te passen aan gebieden die door mensen zijn ingericht, is de toekomst van de soort vrijwel verzekerd.



Voedsel en voedingsgewoonte

Wilde eenden hebben veelsoortige eetgewoontes die ze gebruiken al naar de omstandigheden. Als er voldoende voedsel in het water is, ‘grondelen’ ze: ze zeven water door hun brede, afgeplatte snavel, waarbij plantaardige en dierlijke zwevende deeltjes uitgefilterd worden. Ook grazen ze onder water of op het land. Grazen ze onder water dan ‘staan’ ze met de kop naar beneden gericht en de staart naar boven in het water maar vermijden zoveel mogelijk helemaal onder te duiken. Ze zijn dus aangewezen op ondiep water. Jonge eendjes duiken wel graag helemaal onder. Het hele jaar door eten ze graan en gras, knabbelen van aardappelen, verschalken insecten en weekdieren. Hij past zijn eetgewoontes dus voortreffelijk aan de menukaart van de seizoenen aan. Leefomgeving De wilde eend behoort met zijn wijde verspreiding tot de meest succesvolle vogelsoorten. Op het hele noordelijke halfrond kan men ze vinden, onder de meest uiteenlopende omstandigheden. Hij heeft voorkeur voor rustig en vlak zoet water- plassen, meren, waterbekken, rivieren en zompige gebieden. Maar hij is ook op zee te vinden, vooral tijdens de trek. De meest opmerkelijke eigenschap van de wilde eend is, dat hij zich graag in de omgeving van mensen wil ophouden en broeden. Van nature zijn eenden schuwe vogels, maar de wilde eend voelt zich evengoed thuis op aangelegde als natuurlijke wateren.

Voortplanting

De paartijd van de meeste wilde eenden valt in augustus; bij soorten die trekken kan dit ook in het voorjaar vallen. Normaal zijn eend en woerd maar voor een seizoen samen, maar soms treffen ze elkaar ook weer een volgend jaar. De verbintenis duurd maar kort. Meestal verlaat de woerd het vrouwtje al al zij met broeden begint. Soms probeert het mannetje dan nog met een volgend vrouwtje te paren. De woerd voert een uitgebreid baltsritueel op- op kop knikken, schudden met de staart en roepen, voordat hij het vrouwtje probeerd te verleiden. Tussen september en maart komt het vervolgens regelmatig in het water tot paring. In februari vallen grote wintertroepen uit elkaar en gaan de paartjes een geschikte broedplaats zoeken en hun territorium bepalen. Op de uitgekozen plaats maakt het vrouwtje een nestkuil en bekleedt deze met gras en veren die ze uit haar borst plukt. Meestal bevindt het nest van de wilde eend op de grond, maar het nest kan ook, vooral in de buurt van water, hoog in een holle boom gemaakt zijn of op het dak van een schuur. Het vrouwtje van de wilde eend broedt alleen. In het begin treedt de woerd nog wel als beschermer op, maar al snel verliet hij zijn belangstelling en gaat weg om samen met andere mannetjes voedsel te gaan zoeken. Zodra de jongen uit het ei gekomen zijn, brengt de moeder ze naar het water.

Veldwaarnemingen

Wilde eenden zijn goed te bekijken omdat ze het hele jaar door op al onze wateren, vochtige terreinen en rond riviermondingen te vinden zijn. In de balts-en broedtijd is de woerd duidelijk herkenbaar aan zijn flessengroene kop, witte kraag, bruine borst, bleekgrijze buik, gele snavel en oranjekleurige poten. Vrouwtjes zijn onopvallender omdat ze bruin gevlekt zijn; ze hebben net als de woerd oranjekleurige poten en helderblauwe vleugelspiegels, maar de snavel blijft donker. In de zomer krijgen woerden hun rustkleed; nu zien ze er hetzelfde uit als de vrouwtjes, maar hun snavel blijft geel.



Groepen

Orde: Eendvogels

Familie: Eendachtigen

Geslacht & Soort: Anas platyrhynchos

Afmetingen

Lengte: 50-65 cm

Vleugelspanwijdte: 80-98 cm

Gewicht: vrouwtje 1080 g, mannetje 1260 g

Verspreiding

Wijd verbreid over het hele noordelijk halfrond. Broedt in bijna heel Noord-Amerika en Eurazie zuidelijk van de poolcirkel. Overwintert in de zuidelijke delen van zijn broedgebied.

Voortplanting

Geslachtsrijp: met een jaar

Paartijd: maart-juli Aantel broedsels: 1, na verlies van het broedsel wordt nog een keer een broedsel gestart

Broedduur: 27-28 dagen

Tijd tot zelfstandig worden: 50-60 dagen

Leefwijze

Gedrag: grondelend, sociaal

Voedsel: plantendelen, zaden, jonge loten, inecten en weekdieren

Levensverwachting

De oudst bekende eend werd 29 jaar

Verwante soorten

De geslachtsgroep van de grondel eenden omvat 46 soorten en 58 ondersoorten.

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *