Zoogdieren

Informatie over de das

Das

De Das

Dassen zijn gezelschapsdieren. Zij leven samen in familiegroepen. De grootte van de groep is afhankelijk van het aanwezige voedselaanbod in hun woongebied. Soms bevinden zich in een zelfde gebied meer groepen tegelijk. Iedere gemeenschap bewoont een ondergrondse burcht. De groep wordt aangevoerd door een dominant mannetje dat alle vreemde dassen die de burcht te dicht naderen verdrijft. De leden van de groep hebben elkaar gemerkt met een stof uit een geurklier.


Op zoek naar voedsel leggen dassen soms grote afstanden af en gebruiken hierbij dezelfde paden. Als er een overvloed aan voedsel aanwezig is, reikt hun territorium nauwelijks verder dan twee kilometer rond de burcht. In de paartijd leggen mannetjes grote afstanden af om een vrouwtje te zoeken.

Voortplanting:

Bij dassen strekt de paartijd zich over een groot aantal maanden uit, van februari tot oktober. Het hoogtepunt valt in augustus, en dan vindt ook meestal de bevruchting plaats. De bevruchte eitjes nestelen zich meestal in december in de baarmoeder in, zodat de jongen in de daarop volgende maand februari geboren kunnen worden. Gewoonlijk komen een tot vier jongen in de burcht onder de grond in een speciale kraamkamer ter wereld. Daar verblijven ze de eerste acht weken en worden door hun moeder gezoogd. Hoewel ze daarna al met hun moeder buiten de burcht op zoek gaan naar voedsel, worden ze pas na vier maanden gespeend.

Geslachtsrijp: mannetje met 2, vrouwtje met 1 jaar

Paartijd: van februari tot oktober

Geboorte van de jongen: doorgaans het volgend jaar in februari

Aantal jongen: 1-4

Voedsel en jacht:

De das eet bijna alles, van kleine zoogdieren van konijnen, veenmollen en ratten – vooral de jongen – tot insekten, naaktslakken en kikkers. Verscheidene wortels, planten en vruchten maken zijn spijskaart kompleet. De das is dus een echte alleseter. Hoewel een das een krachtig dier is, vindt hij regenwormen toch zijn lievelings-kostje. In milde, vochtige herfstnachten is de das soms wel tien uren onder weg, op zoek naar regenwormen. Om op jacht te gaan, verlaat de das meestal zijn burcht in de avondschemering. Hij kan niet zo goed zien en verlaat zich daarom bij het zoeken naar voedsel op zijn scherpe reukzin en zijn goed gehoor.

Veldwaarnemingen:

Het gemakkelijkst zijn dassen ’s zomers te zien, als ze vaak voor zonsondergang al uit hun burcht te voorschijn komen. Let goed op duidelijke wissels, pootafdrukken en kort geleden opgeworpen aarde bij de ingang van een burcht. Ga minstens een uur voor zonsondergang en kies een uitkijkpost aan de lijzijde van de burcht, en indien mogelijk in de onderste takken van een boom boven de ingang. Met enig geluk is er weldra een snuit te zien die de das naar buiten steekt om lucht van enig gevaar te krijgen. Lijkt de kust veilig, dan komt de das naar buiten.

De das en de mens:

Alleen de mens vormt een bedreiging voor de das. Het dier, wiens haar nog wel voor scheerkwasten en penselen wordt gebruikt, is door de mens ook voor zijn pels vervolgd, in klemmen gevangen en gebruikt voor de afschuwelijke klopjachten met jachthonden. In veel streken van Engeland worden bij de vossenjacht de ingangen van dassenburchten afgesloten, om te voorkomen dat de vos hierin weg kan vluchten. De dassen weten de ingangen wel weer open te maken, maar toch bestaat er een groot meningsverschil tussen de aanhangers van de jacht en van de dierenbescherming, of het afsluiten van de gangen wel of niet een nadelige invloed heeft op de doorlichting van de burcht en de eettijden van de dassen. In Midden-Europa speelt de dassenjacht geen grote rol. Hier is het wegverkeer de voornaamste doodsoorzaak.



Groepen:

Orde: Roofdieren

Familie: Marterachtigen

Geslacht & Soort: Meles meles

Afmetingen:

Lengte: van kop tot staartpunt 75-98 cmHoogte: schouderhoogte 30 cm

Gewicht: mannetje gemiddeld 10-18 kg, vrouwtje 7-14 kg

Verspreiding:

Wijdverbreid in Europa en Azie. In Zuidoost-Azie wordt de Europese das vervangen door de varkensdas (Arctonyx collaris).

Leefwijze:

Gedrag: hoofdzakelijk ’s nachts actief; sociaal; leeft in groepen van zo’n 15 dieren in een burcht

Voedsel: overwegend regenwormen; ook wortels, grassoorten, vruchten, insekten, ratten, woelratten, spitsmuizen, vogels, jonge egels en konijnen

Levensverwachting: 15 jaar

Verwante soorten:

Wereldwijd kennen we nu acht soorten.

Tags

1 Comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

  • Vandaag een dode das gezien op de weg van Lochem naar Vorden ,net iets voorbij de weg naar Ruighenrode (poeldijk 2),was aangereden(denk ik) en vanuit Lochem aan de rechterkant van de weg.