Rendier (Rangifer tarandus)

Het rendier met zijn lange, brede gewei behoort tot de indrukwekkendste bewoners van het hoge noorden. Slechts weinig andere dieren kunnen de harde omstandigheden waaraan het rendier wordt blootgesteld, overleven. Het Rendier is bij ons zeer bekend als het trekdier voor de slee van de kerstman. Voor veel nomadenvolkeren in het noorden is het rendier van levensbelang. Rendieren dienen niet alleen als transportmiddel, maar leveren nomadenvolkeren ook voedsel en warme kleding op.

  • Orde: Evenhoevigen
  • Familie: Hertachtigen
  • Geslacht & soort: Rangifer tarandus
  • Categorie: Zoogdieren

rendier

Waar leeft het rendier?

Rendieren leven in een gordel rond de noordpool die zich van het noorden van Groenland tot de 48e breedtegraad in het zuiden in Noord Amerika, Scandinavië en Noord Azië uitstrekt. Overmatige jacht heeft tot een aanzienlijke teruggang van de populaties geleid. Door hun economische en nationale betekenis is hun voortbestaan echter verzekerd.

  • Gedrag: Leeft in kudden van soms duizenden dieren.
  • Voedsel: Korstmossen, kruiden, zeggen, knoppen van dwergberken.
  • Geluid: Blaten, mannetjes burlen in de bronsttijd.
  • Levensverwachting: 12 tot 15 jaar.

Leefwijze

De uitgestrekte arctische toendra en de aangrenzende naaldbossen en bergen van de taiga vormen het leefgebied van het sterke rendier. In deze ruige en vaak ijskoude omgeving leven de rendieren in grote kudden. De minimale omvang van een kudde is twintig dieren, maar soms bestaan ze uit vele duizenden rendieren. Overdag is de kudde meestal doorlopend in beweging en zoekt op de schrale grond naar voedsel. Het rendier heeft geen bijzonder scherpe ogen en vertrouwt daarom voor het zoeken naar voedsel en het ontdekken van gevaar meer op zijn hoog ontwikkelde reukzin.

Trektochten van rendieren

Ieder jaar sluiten rendierkudden zich in de lente aaneen, om samen naar de zomerweiden te trekken. Er kunnen dan kudden ter grootte van 200.000 dieren onderweg zijn. Na de eerste sneeuwval verzamelen ze zich opnieuw om naar de overwinteringsgebieden terug te keren. Dit zijn bosrijke gebieden. De jaarlijkse trektochten worden in hoog tempo afgelegd. Een rendier kan een snelheid van 60 tot 70 kilometer per uur halen, maar tijdens trektochten gaan ze meestal veel langzamer. Een rendier is een uitstekende zwemmer. Zijn dichte vacht houdt lucht vast, wat tijdens het zwemmen het drijfvermogen vergroot. Daardoor kunnen de dieren brede beken, rivieren en zeearmen oversteken die ze op hun trektochten tegenkomen. Niet alle rendieren trekken echter. Sommige kudden blijven het hele jaar in open bosgebieden.

  • Gedrag: Leeft in kudden van soms duizenden dieren.
  • Voedsel: Korstmossen, kruiden, zeggen, knoppen van dwergberken
  • Geluid: Blaten, mannetjes burlen in de bronsttijd.
  • Levensverwachting: 12 tot 15 jaar.

Wat eet een rendier?

Het rendier eet bijna uitsluitend planten in een grote variatie. Het hoofdbestandsdeel van zijn voedsel bestaat uit verschillende soorten korstmossen, die algemeen in dit gebied voorkomen, evenals grassen en zeggen. In het voorjaar eten rendieren vers gras en knoppen en later op de zomerweiden groene berken en wilgenbladeren. Tijdens de harde wintermaanden is het voor het rendier vaak niet gemakkelijk om voldoende voedsel te vinden. Vaak moet het dier tot zijn buik door de sneeuw waden en met zijn hoeven diepe gaten graven om de korstmossen te kunnen bereiken. Ook knabbelt het aan de takken van struiken, die het onder of boven het sneeuwdek tegen komt. Een enkele keer eten rendieren ook lemmingen en muizen.

Voorplanting

De paring van rendieren vindt plaats tussen augustus en november. Het precieze tijdstip kan van gebied tot gebied verschillen, de belangrijkste tijd ligt in oktober. Het mannetje kan dan zeer agressief worden, hij vecht om de heerschappij over een harem van 5 tot 15 vrouwtjes. Wanneer het tijdstip van de geboorte nabij is, verlaat het vrouwtje de kudde en trekt vrijwel steeds naar dezelfde plaats om daar te kalven. Doorgaans wordt er één jong geboren, soms een tweeling. De geboorte vindt plaats tussen eind mei en begin juni, kort nadat de vrouwtjes de zomerweidegronden bereikt hebben. 90%  van de kalveren wordt begin juni geboren, zodat ze voldoende tijd hebben om te eten en zodoende sterk genoeg zullen zijn wanneer de herfsttrek aanbreekt. Bovendien hebben roofdieren dan de keuze uit zoveel kalveren, dat het risico voor een individueel kalf beperkt is.

Rendieren jong

Bij de geboorte weegt het kalf tussen 5 en 9 kilogram en staat al na een paar minuten op eigen poten. Het wordt tot een leeftijd van 5 tot 6 maanden gezoogd. Anders dan bij veel andere herten heeft de vacht van het kalf geen camouflagetekening. Mannetjes en vrouwtjes dragen beide een gewei, dat op een leeftijd van één jaar begint te groeien. Volledig volgroeid is het verschillend van vorm. Bij mannetjes is het doorgaans langer en gedraaid. Het vertakt zich al kort boven de kop en is aan de top vingervormig vertakt (als een hand met gespreide vingers). Het mannetje werpt zijn gewei meestal in november of december na de bronst af. Het vrouwtje verliest het meestal na de geboorte van het kalf.

  • Geslachtsrijp: Meestal met 2,5 jaar
  • Paartijd: Augustus tot november
  • Draagtijd: Ongeveer 7,5 tot 8 maanden
  • Aantal jongen: 1

Het rendier en de mens

Voor de nomadenstammen van de arctische gebieden, met name de Lappen, is het rendier het belangrijkste dier. Het is de polaire equivalent van onze koe en is de enige hertensoort die gedomesticeerd is. De mens heeft het rendier zo hard nodig dat hij hem zelfs op zijn trektochten volgt. Het dier levert voedsel zoals vlees, boter en kaas, kleding en dient als transportmiddel. Geweien en botten worden tot gebruiksvoorwerpen verwerkt. Van de taaie pezen worden veters gemaakt. Overmatige bejaging en de steeds voortschrijdende verstoring van zijn leefomgeving hebben het woongebied van het rendier in de loop van de tijd dramatisch versnipperd. Irrigatie en waterkrachtsprojecten zijn in Siberië en Canada gepaard gegaan met veranderingen in rivierlopen en de bouw van grote dammen. Vaak hebben deze activiteiten de trekroutes van de rendieren geblokkeerd, waardoor soms duizenden dieren zijn verdronken.

Bijzondere kenmerken van het rendier

  • Gewei: Wordt door beide geslachten ter verdediging gebruikt. Het mannetje gebruikt het niet in gevechten met andere mannetjes om wijfjes.
  • Neus: Met haar begroeid om de ijzige temperaturen te weerstaan.
  • Vacht: Dik, meer zeer dichte laag onderharen. Is door de stijve boven haren waterdicht.
  • Klauwen: Breed en gespreid waardoor het dier ook op zompige grond en sneeuw het grootst mogelijke draagvlak heeft.
  • Bijklauwen: Raken de grond alleen bij het lopen en zorgen voor een verbreed loopvlak.

Afmetingen

  • Schofthoogte: 87 tot 140 cm
  • Lengte: 120 tot 220 cm
  • Lengte van het gewei: Mannetje 52 tot 130 cm, vrouwtje 23 tot 50 cm.
  • Gewicht 70 tot 300kg

Wist je dit?

  • Het rendier is de enige hertensoort waarbij ook het vrouwtje een gewei draagt. Mogelijk wordt het gebruikt in gevechten om het schaarse voedsel.
  • Een rendierkalf kan reeds na vierentwintig uur sneller lopen dan een mens.
  • Mannelijke rendieren bezitten een opblaasbare huidzak aan de keel. In de bronsttijd zorgt dit voor versterking van hun geburl.
  • Rendieren maken bij het lopen krakende geluiden. Dit ontstaat door een pees die over een voetbeentje glijdt.
  • Hoewel de Amerikaanse kariboes tot dezelfde soort als het rendier behoren, is het tot nu toe niet gelukt ze te domesticeren.
  • Korstmossen maken meer dan vijftig procent van het voedselpakket van het rendier uit.

Verwante soorten van het rendier

Men onderscheidt acht ondersoorten waaronder het Edelhert. Het Noord-Amerikaanse rendier wordt ook als kariboe aangeduid.