Zoogdieren

Informatie over de Dwergmuis

Dwergmuis

Dwergmuizen hebben de voorkeur voor gebieden waar riet of andere hoge vegetatiegroei, zoals hooilanden, bermen, verwilderde tuinen en overwoekerde heggen. In strenge winters zoeken ze bescherming in de buurt van huizen.

Het mannetje van de dwergmuis leeft meestal in een gebied van ongeveer 400 m2, de vrouwtjes in een kleiner gebied. In de zomer zijn de dieren voornamelijk ’s nachts actief, terwijl ze ’s winters vaak overdag onderweg zijn.



Voedsel en voedingsgewoonte

Zaden, vruchten, bessen en insecten (motten, sprinkhanen en rupsen) staan op het veelzijdige menu van de dwergmuis. De voeding van de dwergmuis hangt vooral af van het aanbod in de verschillende jaargetijden. In het vroege voorjaar eten deze dieren graag aan jonge knoppen van bomen en struiken, en jonge, malse grassprieten. Weliswaar bestaat hun hoofdvoedsel uit zaden en granen, maar de schade die ze soms aan een oogst toebrengen, wordt weer in evenwicht gebracht door het aantal schadelijke insecten die ze opeten. Ze lusten bijvoorbeeld erg graag de honingdauw, die de schadelijke bladluizen afscheiden. Dwergmuizen zijn zo dol op zoetigheid, dat ze zelfs ook nectar uit de bloemen opzuigen. Om graankorrels te kunnen eten, klimmen de kleine muizen langs de halmen omhoog naar de aren waar ze zich met behulp van hun lange grijpstaart vasthouden om hun evenwicht te bewaren.

Voortplanting

Dwergmuizen zijn heel ijverig met het voortbrengen van nageslacht. In gunstige omstandigheden brengen ze elk jaar tussen april en september zes worpen ter wereld. Elke worp telt 3-8 jongen, waarbij de worpen tussen augustus en september meestal het grootst zijn. Elf dagen lang blijven de jongen in het nest waar ze, blind en naakt, heel snel groeien. De moeder gaat op zoek naar voedsel, maar keert regelmatig terug om de jongen te zogen en te poetsen. Ze vreet hun ontlasting op zodat onwelkome voorbijgangers niet door hun geur worden aangetrokken. Al met twee dagen kunnen de jongen grijpen en in het nest rondkruipen. Vier dagen later beginnen ze zich te poetsen, en met acht dagen kunnen ze al goed zien. Met negen dagen komen hun tandjes door en kunnen ze wat vast voedsel eten. Als ze tien dagen oud zijn, vermindert de melkproductie van de moeder, en krijgen de jongen de door haar aangeboden zaden te eten. Nu zijn de jongen zover dat ze hun nest kunnen verlaten en hun omgeving ontdekken. Al met 16 dagen zijn de jongen volledig zelfstandig, en meestal is de moeder dan al weer zwanger.

Veldwaarnemingen

Wie een dwergmuis wil zien, zou eens tussen hoog, vochtig gras moeten kijken, op verlande oevers van rivieren en meren, in het riet met dunne halmen tot een doorsnee van 7 mm, langs slootkanten met hoge begroeiing zoals zegge en in lage braamstruiken. Hun nesten hangn meestal 30-120 cm boven de grond waar ze kunstig gevlochten zijn tussen een aantal grashalmen of plantenstengels. Zijn nest zou verwisseld kunnen worden met dat van de hazelmuis Muscardinus avellanarius die tot de slaapmuizen behoort. Hun nesten zijn meestal wat groter en makkelijk te verwijderen (alleen in de winter als ze onbewoond zijn!).

Verspreiding

Van Europa tot Noordoost-Sibirie (Jakoetsk), Ussuri-gebied, Korea, Japan; geisoleerde verspreiding in Zuidoost-Tibet en Zuid-China.

Soortbescherming

De soort is wel niet acuut bedreigd, maar het bestand is sterk verkleind door de moderne landbouw, bestrijdingsmiddelen, combines en het afbranden van stoppelvelden. Hier en daar is de dwergmuis zelfs zeldzaam geworden.



Groepen:

Orde: Knaagdieren

Familie: Muisachtigen

Geslacht & Soort: Micromys minutus

Afmetingen:

Grootte: kop-romp lengte 5.0 tot 7.5 cm, staart 5 tot 7 cm

Gewicht: volwassen dieren 5 tot 10gram

Verspreiding:

Van Europa tot Noordoost-Sibirie (Jakoetsk), Ussuri-gebied, Korea, Japan; geisoleerde verspreiding in Zuidoost-Tibet en Zuid-China

Voortplanting:

Geslachtsrijp: met 45 dagen

Paartijd: april tot september

Draagtijd: 21 dagen

Aantal jongen: 3-8 per worp; tot 6 worpen per jaar

Leefwijze:

Gedrag: solitair; vooral in de zomer ’s nachts actief, in de winter meer overdag

Voedsel: vooral zaden in gebieden met hoog gras en insecten

Levensverwachting: tot 18 maanden in het wild, meestal slechts 6 maanden; in gevangenschap tot 5 jaar

Verwante soorten:

De dwergmuis is de enige soort van zijn geslacht; tot hetzelfde familie behoren huismuis, bosmuis en de grote bosmuis.

Tags

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *