Wilde eend (Anas platyrhynchos)

De mooie wilde eend, de grootste van alle grondel eenden, is overal een vertrouwd beeld, zelfs in stadssingels en- grachten. Hij is een van de talrijkste en meest verbreide vogelsoorten. Geen watervlakte is compleet zonder wilde eenden die daar grondelen (met staart in de lucht onder water naar voedsel zoeken). Maar ze voelen zich op land, grazend als ganzen, ook goed thuis. Archeologische vondsten geven aanwijzingen dat de oude Egyptenaren wilde eenden als huisdier fokten.

  • Gedrag: grondelend, sociaal
  • Voedsel: plantendelen, zaden, jonge loten, insecten en weekdieren

Leefomgeving

De wilde eend behoort met zijn wijde verspreiding tot de meest succesvolle vogelsoorten. Op het hele noordelijke halfrond kan men ze vinden, onder de meest uiteenlopende omstandigheden. Hij heeft voorkeur voor rustig en vlak zoet water- plassen, meren, waterbekken, rivieren en zompige gebieden. Maar hij is ook op zee te vinden, vooral tijdens de trek. De meest opmerkelijke eigenschap van de wilde eend is, dat hij zich graag in de omgeving van mensen wil ophouden en broeden. Van nature zijn eenden schuwe vogels, maar de wilde eend voelt zich evengoed thuis op aangelegde als natuurlijke wateren.

Levensverwachting

De oudst bekende eend werd 29 jaar

Wat eet een eend?

Eenden hebben veelsoortige eetgewoontes die ze gebruiken al naar de omstandigheden. Als er voldoende voedsel in het water is, ‘grondelen’ ze: ze zeven water door hun brede, afgeplatte snavel, waarbij plantaardige en dierlijke zwevende deeltjes uitgefilterd worden. Ook grazen ze onder water of op het land. Grazen ze onder water dan ‘staan’ ze met de kop naar beneden gericht en de staart naar boven in het water maar vermijden zoveel mogelijk helemaal onder te duiken. Ze zijn dus aangewezen op ondiep water. Jonge eendjes duiken wel graag helemaal onder. Het hele jaar door eten ze graan en gras, knabbelen van aardappelen, verschalken insecten en weekdieren. Hij past zijn eetgewoontes dus voortreffelijk aan de menukaart van de seizoenen aan.

Afmetingen

  • Lengte: 50-65 cm
  • Vleugelspanwijdte: 80-98 cm
  • Gewicht: vrouwtje 1080 g, mannetje 1260 g

Hoe plant de wilde eend zich voort?

De paartijd van de meeste eenden valt in augustus; bij soorten die trekken kan dit ook in het voorjaar vallen. Normaal zijn mannetjes eend en vrouwtjes eend maar voor een seizoen samen, maar soms treffen ze elkaar ook weer een volgend jaar. De verbintenis duurt maar kort. Meestal verlaat de woerd het vrouwtje al al zij met broeden begint. Soms probeert het mannetje dan nog met een volgend vrouwtje te paren. De woerd voert een uitgebreid baltsritueel op- op kop knikken, schudden met de staart en roepen, voordat hij het vrouwtje probeert te verleiden. Tussen september en maart komt het vervolgens regelmatig in het water tot paring. In februari vallen grote wintertroepen uit elkaar en gaan de paartjes een geschikte broedplaats zoeken en hun territorium bepalen. Op de uitgekozen plaats maakt het vrouwtje een nestkuil en bekleedt deze met gras en veren die ze uit haar borst plukt. Meestal bevindt het nest van de wilde eend op de grond, maar het nest kan ook, vooral in de buurt van water, hoog in een holle boom gemaakt zijn of op het dak van een schuur. Het vrouwtje van de wilde eend broedt alleen. In het begin treedt de woerd nog wel als beschermer op, maar al snel verliet hij zijn belangstelling en gaat weg om samen met andere mannetjes voedsel te gaan zoeken. Zodra de jongen uit het ei gekomen zijn, brengt de moeder ze naar het water.

Bescherming

Hun aantal lijkt constant te blijven. Door het vermogen zich aan te passen aan gebieden die door mensen zijn ingericht, is de toekomst van de soort vrijwel verzekerd.

Waar kun je de eend zien?

Wilde eenden zijn goed te bekijken omdat ze het hele jaar door op al onze wateren, vochtige terreinen en rond riviermondingen te vinden zijn. In de balts en broedtijd is de woerd duidelijk herkenbaar aan zijn flessengroene kop, witte kraag, bruine borst, bleek grijze buik, gele snavel en oranjekleurige poten. Vrouwtjes zijn onopvallender omdat ze bruin gevlekt zijn; ze hebben net als de woerd oranjekleurige poten en helderblauwe vleugelspiegels, maar de snavel blijft donker. In de zomer krijgen woerden hun rustkleed; nu zien ze er hetzelfde uit als de vrouwtjes, maar hun snavel blijft geel.

Verspreiding van de wilde eend

Wijd verbreid over het hele noordelijk halfrond. Broedt in bijna heel Noord-Amerika en Eurazië zuidelijk van de poolcirkel. Overwintert in de zuidelijke delen van zijn broedgebied.

Groepen

  • Orde: Eendvogels
  • Familie: Eendachtigen
  • Geslacht & Soort: Anas platyrhynchos

Verwante soorten van de eend.

De geslachtsgroep van de grondel eenden omvat 46 soorten en 58 ondersoorten.