Luiaard ( Choloepus didactylus)

De tweevingerige luiaard is een wonderlijk, bladeren etend dier. Het grootste deel van zijn eenzaam bestaan leeft hij ondersteboven aan een tak hangend in de boomtoppen van wouden. Aangezien de luiaard niet in staat is zich snel voort te bewegen, heeft hij om zijn vijanden te ontgaan een zeer doeltreffende schutkleur. In zijn bruine vacht groeit een blauwgroene alg. Deze kleurmengeling geeft aan de luiaard als hij bewegingloos in de bomen hangt het uiterlijk van een grote bundel korstmossen.

  • Orde: Tandarmen
  • Familie: Tweevingerige luiaards
  • Geslacht & soort: Choloepus didactylus
  • Categorie: Zoogdieren

luiaard

Waar leeft een luiaard?

De luiaard leeft in het wild voornamelijk in Nicaragua, Colombia, Venezuela, Guyana, Suriname, Frans Guyana, tot in het noorden van Brazilië en het noorden van Peru. Als zijn leefgebied intact blijft, is de luiaard niet bedreigd. Helaas verliezen ook deze dieren steeds meer leefgebieden.

Leefwijze

De luiaard heeft een zeer specifieke leefwijze. Het grootste deel van zijn leven speelt zich ondersteboven in de takken af: eten, slapen, paren en het voeden van de jongen. Soms zit hij ook in een vork van een tak of op de grond in het bos. Dat doet hij echter maar hoogst zelden omdat hij op de grond een hele makkelijke prooi is voor zijn vijanden zoals de jaguar of de ocelot. Hij kan wel lopen, maar de spieren die bij het lopen nodig zijn, zijn onderontwikkeld, zodat de luiaard op de grond alleen maar vooruit kan komen door zicht met zijn klauwen naar voren te trekken.

  • Geluid: blaten of blazen
  • Gedrag: solidair
  • Voedsel: bladeren, vruchten, knollen.
  • Levensverwachting: ca. 40 jaar

Uiterlijk van de luiaard

De luiaard is een nachtdier. Hij slaapt overdag en eet ’s nachts. De luiaard slaapt met de kop op de borst en lijkt dan volkomen op een vachtknoedel. Hij beweegt zich zeer bedachtzaam en verlaat zich bij het zoeken naar voedsel vooral op zijn zeer goed ontwikkelde reuk en tastzin. Zijn gezichtsvermogen en gehoor zijn zwak ontwikkeld. De tweevingerige luiaard ontleent zijn naam aan het bezit van maar twee vingers aan de voorpoten. Beide vingers zijn voor het grootste deel vergroeid. Aan de uiteinden van de vingers zitten grote, kromme nagels. Aan de achterpoten heeft de luiaard drie tenen.

De uitstekende schutkleur van de luiaard

Vacht: de korte, fijne onderwol wordt bedekt door een langer haarkleed dat bestaat uit grove, dichtbijeenstaande haren. Tussen de haren van de vacht leven twee algensoorten die aan de vacht een groenig aspect afgeven, een ideale schutskleur in de bladerrijke bossen. In een droge periode worden de algen geler van kleur, en als het vochtig wordt kleuren ze blauwachtig-groen zodat de luiaard in alle jaargetijden met de juiste schutkleur is uitgerust.

De Hoffmann-tweevingerige luiaard (C. hoffmanni)

Er bestaat nog een soort van de luiaard: De Hoffmann-tweevingerige luiaard (C. hoffmanni). Deze onderscheidt zich van de besproken soort alleen in tekening en kleur van de vacht. Volwassen dieren leven buiten de paartijd solidair. Komen twee luiaards elkaar aan een tak tegen, dan komt het vaak tot een gevecht.

  • Geluid: blaten of blazen
  • Gedrag: solidair
  • Voedsel: bladeren, vruchten, knollen
  • Levensverwachting: ca. 40 jaar

Wat eet een luiaard?

De luiaard eet bladeren, knoppen en sommige vluchten. Voor de vertering heeft hij, net als de koe, meerdere magen. De vertering kan zo tamelijk lang duren. Faeces en urine maar één keer per week uitgescheiden, en wel terwijl het dier op zijn kop hangt. Het jong van de tweevingerige luiaard erft van zijn moeder de voorliefde voor bepaalde bladersoorten. Nadat het jong gespeend is, verlaat de moeder het gebied en laat een deel ervan aan het jong. Luiaards die in de buurt leven kunnen voorkeur hebben voor volledig andere bladersoorten. Op die manier leven er in één gebied meerdere luiaards zonder dat ze voedselconcurrenten zijn.

Voorplanting

Het is onbekend hoe de verstandhouding tussen mannetjes en vrouwtjes is. Het mannetje markeert zijn omgeving met een secreet uit een klier vlak bij de anus en met urine. Beide geslachten hebben een sterke muskusgeur. Na een draagtijd van 7 tot 10 maanden wordt er in de bomen één jong geboren. Men neemt aan dat de innesteling van het ei vertraagd kan worden zodat het jong op een moment geboren wordt waarop voldoende voedsel voorhanden is.

Luiaard jong

Het jong wordt 6 tot 9 maanden door de moeder rondgedragen. Het luiaardjong klemt zich hierbij stevig aan de vacht aan de borstzijde van de moeder vast. De moeder is niet erg attent: het gebeurt wel dat een jong door een tak gewoonweg van zijn moeders lichaam wordt afgeschoven: Het jong klimt dan razendsnel over de hindernis of klampt zich gauw weer vast aan de rug van zijn moeder.

  • Geslachtsrijp: mannetje met 4 tot 5 jaar, vrouwtje met 3 jaar.
  • Paartijd: gehele jaar
  • Draagtijd: 7 tot 10 maanden.
  • Aantal jongen: 1.

De luiaard en de mens

In grote delen van Zuid Amerika wordt er door de inheemse bevolking jacht gemaakt op de luiaards om zijn vlees. Verder heeft de luiaard geen economische waarde, alleen de vacht wordt zo nu en dan tot zadeldek verwerkt. De grootste bedreiging voor het voortbestaan van de luiaard is de verwoesting van regenwouden.

Belangrijke kenmerken

Afmetingen:

  • Lengte: 60 tot 85 cm.
  • Gewicht: 4 tot 10 kg.

Verwante soorten:

De luiaard is verwant met de drievingerige luiaards, (geslacht Bradypus), die zoals de naam zegt, één vinder (de vierde) nagel meer hebben aan de voorpoten.

Wist je dit?

  • Omdat de luiaard altijd ondersteboven hangt, groeit het haar van zijn vacht de andere kant op dan bij de andere zoogdieren. De scheiding loopt midden over de buik en het haar hangt in de richting van de rug, zodat het regenwater er afloopt.
  • Luiaards kunnen beter zwemmen dan lopen. In het water komen ze vooruit met behulp van hun voorpoten.
  • Luiaards, gordeldieren en miereneters zien er zeer verschillend uit maar behoren toch tot dezelfde orde van de tandarmen, Edentata.
  • De lichaamstemperatuur kan sterke schommelingen te zien geven