Sneeuwpanter (Uncia uncia)

De sneeuwpanter is een solitair levende jager van het hooggebergte. Omdat op de hoogten waar hij verblijft maar weinig grote prooidieren leven, moet hij om voedsel te vinden vaak een zeer groot gebied doorkuisen. De sneeuwpanter leeft in het hooggebergte van de Himalaya en aangrenzende gebieden, meestal boven de boomgrens. Er wordt van oudsher omwille van zijn prachtige pels genadeloos jacht op hem gemaakt. Hij is inmiddels officieel een beschermde diersoort.

  • Orde: Roofdieren
  • Familie: Katachtigen
  • Geslacht & soort: Uncia uncia

sneeuwpanter

Waar leeft de sneeuwpanter?

De sneeuwpanter bewoont de berggebieden van Azie, van Afghanistan tot West-China, noordelijk tot in delen van het GOS en Mongolie. De sneeuwpanter staat wereldwijd op de lijst van sterk bedreigde diersoorten. Weliswaar is de jacht voor de bont handel verboden, maar door de hoge prijzen die de pelzen opbrengen, gaat de jacht illegaal door.

  • Kop-romp-lengte: 75 tot 130 cm
  • Staart: ongeveer 90 cm
  • Gewicht: 25 tot 75 kg.

Leefomgeving

De sneeuwpanter leeft in de rododendronbossen in de hogere delen van de Himalaya en in de rotsachtige gebieden boven de boomgrens. Hij verschuilt zich in grotten en rotsspleten. Zijn lichte, fraai gevlekte pels beschermt hem zowel tegen de hitte van de zomerzon als tegen de ijzige kou in de sneeuwrijke winter. Op zijn voetzolen bezit het dier dikke haarkussens, waardoor hij net als sneeuwhoenders over de sneeuw kan lopen zonder erin weg te zakken. In de zomer beschermen deze kussens hem niet alleen tegen de scherpe rotspunten, maar ook tegen de temperatuur van de ondergrond, die door de zon gloeiend heet kan worden.

  • Gedrag: leeft door de schaarste aan grotere prooidieren solitair.
  • Voedsel: wilde schapen en geiten, herten, wilde zwijnen, kleine zoogdieren en sommige vogels.
  • Levensverwachting: in gevangenschap 20 jaar.

Wat eet een sneeuwpanter?

Omdat in gebieden waar de sneeuwpanter leeft relatief weinig prooidieren voorkomen en deze gebieden bovendien uit zwaar terrein bestaan, gaat hij alleen op jacht. Hij maakt vooral blauwschapen, steenbokken, wilde geiten zoals schroefhoorn en thar-geiten, hazen en zelfs vogels en muizen buit. In de winter loont de jacht in lager gelegen gebieden, daar jaagt hij op herten, gazellen en wilde zwijnen. Omdat de toenemende jacht door de mens zijn prooidierbestanden gedecimeerd heeft, jaagt de sneeuwpanter ook steeds vaker op huisdieren. Hij sluipt naar zijn prooidieren toe en stort zich dan met een plotselinge sprong op hen. Een sneeuwpanter kan sprongen van wel 15 meter maken en gebruikt deze sprongkracht vaak om moeilijk toegankelijke rotspunten te bereiken. Daar rust de sneeuwpanter uit of loert er naar buit.

Kenmerken van de sneeuwpanter

Winterpels: De vlekken op de pels van de sneeuwpanter liggen min of meer in rijen gerangschikt. Ze hebben de grijze kleur van houtskool op een lichtgrijze of enigszins geelachtige ondergrond die ‘s winters wat bleker wordt. De ondergrond van de pels wordt ‘s zomers donkerder.

Achterpoten: Zeer krachtig gebouwd, waardoor hij met sprongen van soms 15 meter zijn prooien kan verassen.

Voetzolen: Bezitten dikke haarkussens tegen zowel de hitte als de kou.

Gezicht: Door de hoog zittende ogen kan het dier bij het besluipen van een prooi zijn lichaam laag in dekking houden.

Over de voorplanting

De paartijd van de panter ligt aan het eind van de winter. Het vrouwtje wordt tweemaal bronstig. Eerst ongeveer een week lang, en vervolgens wanneer er geen paring heeft plaatsgevonden, nog een periode van ongeveer 70 dagen lang. Het vrouwtje bouwt tussen de rotsen een nest, dat ze met haren van haar eigen vacht bekleedt. De worp van twee of drie jongen wordt ongeveer 14 weken na de paring geboren. De jongen zien er aanzienlijk donkerder gekleurd dan de moeder en in de eerste weken nog blind. Na ongeveer 10 dagen kunnen ze kruipen. Na twee maanden beginnen ze vast voedsel te eten, al worden ze nog langere tijd gezoogd.

  • Paartijd: tegen het einde van de winter. Het vrouwtje is tweemaal per jaar bronstig.
  • Draagtijd: 98 tot 103 dagen.
  • Aantal jongen: per worp twee of drie jongen.

Verwante soorten van de sneeuwpanter

De sneeuwpanter is aan andere grote katten zoals tijgers, leeuwen, luipaarden, en jaguars verwant.

De sneeuwpanter en de mens

De sneeuwpanter is tegenwoordig een zeldzame diersoort, omdat hij lange tijd te zwaar is bejaard vanwege zijn pels. Sinds 1952 is hij in India een beschermde soort, net zoals in het voormalige Rusland waar hij het hele jaar onder bescherming staat. Desondanks vinden sneeuwpanterpelzen nog altijd afzet in de bonthandel, ook al is deze handel internationaal verboden. Het voortplantingssucces van in gevangenschap gehouden sneeuwpanters is niet bijzonder groot, zoals bijvoorbeeld met leeuwen en tijgers het geval is. Om het overleven van de sneeuwpanter zeker te stellen, dienen nu acuut maatregelen genomen te worden.

Wist je dit?

  • De sneeuwpanter is wat kleiner dan de luipaard. Door zijn dikke vacht lijkt ij echter vaak groter dan hij is.
  • Vergeleken met de meeste andere leden van de kattenfamilie is de staart van de sneeuwpanter in verhouding tot zijn lichaam aanzienlijk langer.
  • De sneeuwpanter wordt niet alleen door de jacht bedreigd. De mens heeft ook de bestanden van zijn prooidieren gedecimeerd.
  • Jonge sneeuwpanters worden lange tijd verzorgd. Ze zijn minstens tot het eind van hun eerste levensjaar van hun moeder afhankelijk.