Zoogdieren

Informatie over de alaskawolf

Alaskawolf

Een alaskawolf leeft in de onherbergzaamste streken op aarde. In april komt de temperatuur zelden boven -30°C uit. De voortdurend over de ijzige vlakten fluitende wind voelt aan als – l00°C.
De aarde is tot op enkele centimeters beneden het oppervlak constant bevroren, zodat alleen oppervlakkig wortelende planten kunnen overleven.


Slechts weinig zoogdieren redden het onder zulke omstandigheden. Lemmingen en sneeuwhazen zijn het talrijkst, maar een roedel wolven heeft zo af en toe grotere prooidieren nodig om te overleven. Muskusossen en kariboes zijn een betere maar schaarserre prooi. Daarom heeft een roedel wolven noodgedwongen een gebied van zo’n 2000 vierkante kilometer als jachtgebied nodig. In de winter daalt de temperatuur. Kleine dieren zoeken de warmte op onder de grond. Aangezien de kariboes naar het zuiden trekken om voedsel te zoeken, volgen de wolven de kuddes.

Voortplanting

In de herfst en winter blijft de roedel zwerven. Na de paring in maart verlaat het drachtige vrouwtje de roedel om een eigen onderkomen te zoeken. Vaak graaft ze een nieuw hol, maar als de grond bevroren is, is ze meestal gedwongen haar jongen ter wereld te brengen in een reeds bestaand hol of een rotsspleet. De jongen worden blind geboren. Ze zijn volledig van de moeder afhankelijk. Na ongeveer een maand kunnen de jonge wolven vlees eten. Vanaf dit moment verdeelt de roedel het vlees onderling. Zij vreten zich aan de prooi volkomen vol en braken het voedsel weer uit voor de jongen zodra ze bij het hol terug zijn. Als er voldoende voedsel is, zijn de jongen rond de langste dag van het jaar in staat met de roedel mee te gaan.

Voedsel en jacht

Volgroeide kariboes en muskusossen zijn veel te sterk om door een wolf in zijn eentje bejaagd te worden. Op een grote prooi jagen wolven daarom altijd met de hele roedel. In de open toendra is maar zelden genoeg dekking voor een verrassingsaanval; als een roedel wolven een kudde muskusossen inhaalt, hebben deze zich meestal al in een verdedigingskring opgesteld. Bij zo’n formatie zijn de wolven niet opgewassen tegen de hoorns en hoeven van de muskusossen.

Daarom begint de roedel een soort zenuwoorlog met de bedoeling de kring open te breken. De wolven beginnen heen en weer te lopen en dwingen zo de ossen steeds van positie te veranderen om hun belagers in het oog te houden. Vaak lukt de taktiek niet, maar als de wolven geluk hebben, gaan de ossen uit nervositeit uit elkaar. Ogenblikkelijk zetten de wolven dan de achtervolging in, waarbij ze proberen jonge of zwakke dieren van de kudde weg te drijven. Heeft een wolf zijn prooi te pakken, dan schieten de andere te hulp en sleuren zij hem met vereende krachten tegen de grond.

Leefwijze

Gewoonlijk leven wolven in kleine roedels. Het zijn meestal kleine familiegemeenschappen die bestaan uit een koppel, hun jongen en hun oudere nakomelingen die nog niet gepaard hebben. De roedel wordt aangevoerd door de reu met de hoogste rang, het Alfa-mannetje. Zijn teef, het Alfa-vrouwtje, staat praktisch op gelijke hoogte.

De overige leden van de roedel onderwerpen zich aan hen en stellen onderling de rangorde vast. Evenals bij het voeden en opvoeden van de jongen werken de volwassen dieren bij de jacht allemaal samen. Eenzaam rondzwervende wolven zijn meestal jonge dieren die hun roedel verlaten hebben op zoek naar een territorium. Zodra zo’n eenzame wolf een onbezet gebied gevonden heeft, markeert hij het met zijn urine en uitwerpselen om zijn aanspraak erop te laten gelden.



Groepen:

Orde: Roofdieren

Familie: Hondachtigen

Geslacht & Soort: Canis lupus tundrorum

Afmetingen:

Hoogte: 50-60 cm

Lengte: 50-80 cm, staart 15 cm

Gewicht: 6-11 kg, een enkele maal tot 16 kg

Verspreiding:

In het hele arctische gebied met uitzondering van grote aaneen gesloten ijsvlakten en ijsschollen

Voortplanting:

Geslachtsrijp: mannetje met 3, vrouwtje met 2 jaar

Paartijd: maart

Draagtijd: 61-63 dagen

Aantal jongen: 4-5

Leefwijze:

Gedrag: leeft in familiegroepen tot 30 dieren, meestal echter 7-10 dieren

Geluid: huilen Voeding: sneeuwhazen, muskusossen, kariboes en lemmingen

Levensverwachting: ± 7 jaar

Verwante soorten:

De Alaskawolf is de noordelijkst levende ondersoort van de grijze wolf. Andere zijn de Mackenzie- Boswolf, de Europese wolf, de Japanse wolf en de rode wolf

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *