Reptielen&amfibieën

Informatie over de Vroedmeesterpad

Vroedmeesterpad

De vroedmeesterpad dankt zijn naam aan het bijzondere gedrag van het mannetje. Na de paring draagt hij de bevruchte eitjes tot kort voor het uitkomen als snoeren rond zijn achterpoten gewikkeld. Er bestaan vier soorten vroedmeesterpadden, die in West- Europa, Noord Afrika en op Mallorca leven. De schuwe nachtdieren maken een tingelend geluid dat aan het geluid van een klokje doet denken.



Leefomgeving

Overdag blijft de vroedmeesterpad meestal verborgen onder stenen, boomstammen of in onderaardse gangen. In de avondscherming komt hij naar buiten om op zoek te gaan naar voedsel. Hij heeft een voorkeur voor droge, zandige bodems waar hij zich makkelijk kan ingraven. Op vochtige avonden loopt het dier ver, maar hij keert steeds voor het eerste ochtendlicht weer terug naar een onderkomen voor de dag. In de wintermaanden(november-maart) zit de vroedmeersterpad in een verstarde toestand in een gat of verlaten zoogdier hol onder de grond.

Voortplanting

De vroedmeesterpad is een uitzonderlijke verschijning onder de Europese padden en kikkers, omdat het mannetje de hele broedzorg va ei tot kikkervisje op zich neemt. In warme nachten in mei kan men de mannetjes voor de ingang van hun schuilplaatsen horen roepen om een wijfje te lokken. Als dat succes heeft, brengt hij het vrouwtje zover dat ze eitjes legt die hij direct bevrucht. Vervolgens draagt hij de eieren die met draden aan elkaar zitten als een soort parelsnoeren wekenlang aan zijn achterpoten met zich mee. Soms maakt een vrouwtje meerdere legsels het komt ook voor dat een mannetje de eieren van 2 tot 3 vrouwtjes bevrucht. alle bevruchte eieren draagt hij met zich mee totdat de kikkervisjes uitkomen. Het mannetje zorgt ervoor dat de eieren voldoende vochtig blijven terwijl de embryo`s groeien en langzaam de eidooier opeten. Vlak voordat ze uitkomen, loopt het mannetje instinctief naar de rand van een poel en gaat met zijn achterpoten in het water zitten. De kikkervisjes verlaten dan hun beschermende omhulsel en zwemmen direct weg.

vroedmeesterpad

Voedsel en voedingsgewoonte

Elk insect dat klein genoeg is om door te slikken, kan tot voedsel van de vroedmeesterpad dienen: kevers, krekels, wantsen, rupsen, vliegen en ook miljoenpoten. Meer kruipend dan springend loopt de pad in de nacht op zoek naar voedsel in de buurt van zijn schuilplaats. Hij pakt de insekten met het uiteinde van zijn kleverige tong. De kikkervisjes voeden zich met plantaardig materiaal dat in de poelen groeit en knabbelen daarna met kleine hoornige tanden. Als een kikkervisje is uitgegroeid tot een jonge pad, eet hij hetzelfde als de volwassen padden.

Verdediging

De rug van de vroedmeesterpad is bezet met kleine wratten die een sterk ruikend gif afscheiden als men het dier beetpakt of aanvalt. Deze stof is zo sterk, dat het bijna alle roofdieren afschrikt. Als gevolg daarvan heeft deze pad maar weinig natuurlijke vijanden. Naast de verdediging van het volwassen dier, dient het gif ook voor de bescherming van eiersnoeren tegen vissen en andere rovers. De kikkervisjes bezitten dit gif nog niet, en vallen daarom makkelijk ten prooi aan andere dieren.

Soortbescherming

De soort word bedreigd doordat de mens de modderpoelen die de vroedmeesterpad voor de voorplanting nodig heeft dempt. Op sommige plaatsen leven de padden in reservaten, of worden ze in gevangeschap gekweekt en later uitgezet.vroedmeesterpad

Het mannetje in de rol van Vroedmeester

De mannetjespad draagt de eieren aan zijn achterpoten en houdt ze ver van het water waar vijanden op de loer liggen. De eieren zitten met lange draden aan elkaar vast. Vlak voor ze uitkomen gaat de pad met poten en eieren in het water zitten waar de kikkervisjes direct wegzwemmen.



Groepen:

Orde: Kikvorsachtigen

Klasse: amphibieën

Familie: Schijftongkikkers

Geslacht&soort: Alystes obstetricans

Afmetingen:

Lengte: Volwasse dieren 4-7 cm

Verspreiding:

De vroedmeesterpad komt in westelijk Midden-Europa, Frankrijk en het Iberische schiereiland voor. Er bestaan drie andere soorten op Mallorca, in Marokko en in Portugal.

Voortplanting:

Geslachtsrijp: met 12-18 maanden Paartijd: tussen april en november

Eieren: meerdere trossen van elk 60 eitjes Metamorfose: van embryo tot kikkervisje en dan tot pad duurd circa 8 maanden, soms korter

Leefwijze:

Gedrag: solitair of in kleine groepjes. In Midden-Europa brengen ze de winter door in een verstarde toestand

Voedsel: kleine insecten Levensverwachting: ca. 5 jaar

Tot de familie van de schijftongkikkers, Discoglossidae, behoren 10 soorten. De meeste padden behoren tot de familie van de Bufonidae (echte padden) die ongeveer 300 soorten omvat

Plaats comment

Klik hier om een comment te posten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *