Adder (vipera berus)

De adder behoort tot de adderachtingen en komt in grote delen van Europa voor. Hij kan zich vrij goed aan zijn omgeving aanpassen, en bewoont zowel zandduinen als bergstreken, hoogvenen en bosgebieden. Hij kan ook goed tegen een koud en vochtig klimaat. Van de gifslangen in Midden-Europa komt de gewone adder het meeste voor. Hij is gelukkig zweer schuw, en slaat als iemand hem te dicht nadert liever op de vlucht dan dat hij toebijt.

  • Orde: hagedissen en slangen
  • Klasse: Reptielen
  • Familie: Adderachtigen
  • Geslacht&soort: vipera berus

adder

Waar leeft de adder?

De adder leeft in Midden en Noord-Europa tot aan de poolcirkel en in het Verre Oosten, maar niet op IJsland, in Ierland en het grootste deel van Zuid-Europa.

Soortbescherming

De bestanden zijn ingekrompen door verlies aan leefgebieden. In sommige streken wordt hij zelfs met uitsterven bedreigd. Een natuurlijke vijand van de adder is de egel, die echter niet immuun is voor het addergif.

Kenmerken van de gewone adder

  • Ogen: door verticale pupillen kan de slang horizontale bewegingen goed waarnemen
  • Oren: geen uitwendige oren of trommelvlies, slangen zijn doof, maar ze nemen wel trillingen waar.
  • Vrouwtje: iets groter dam het mannetje, roodbruin van kleur met zwakkere tekening
  • Mannetje: duidelijk zwart afstekende ruitvormige op een geel achtige of olijf tot grijs gekleurde ondergrond
  • Jongen: er worden ongeveer 5 tot 15 jongen geboren, gehuld in een dun velletje waar ze als snel uitkruipen.

Wat eet de adder?

De gewone adder blijft zijn hele leven in een betrekkelijk klein gebied. Zodoende kent hij zijn terrein door en door, en kan zijn prooien makkelijk opsporen. Vaak bevindt er zich binnen zijn territorium ook water waar zich kikkers, hagedissen en waterratten op houden. De adder eet graag Muizen, spitsmuizen en andere kleine knaagdieren als hoofdvoedsel. De adder spoort zijn prooi op doordat hij trillingen van de bodem waarneemt, en door de geur van de prooi te volgen. Zodra de prooi binnen zijn bereik komt, stoot hij bliksem snel toe, slaat zijn tanden in het vlees en spuit het adder gif in de wond, Vaak vlucht het prooidier weg na de beet van de adder, maar deze volgt hem omdat hij zeker weet dat het adder gif binnen enkele minuten uitwerking zal hebben. Tot slot wordt de buit in zijn geheel verslonden.

Afmetingen:

Lengte: vrouwtje tot 80cm, mannetje tot 60cm, Pasgeboren jong 16cm

Voortplanting

In de paartijd vechten de mannelijke adders om de vrouwtjes, Twee mannetjes stellen zich met het voorste deel van hun lichaam opgericht tegenover elkaar op, slingeren zich om elkaar heen, drukken het voorste deel van hun lichamen tegen elkaar aan totdat één van de twee tenslotte tegen de grond gedrukt wordt en opgeeft. De overwinnaar moet dan nog veel moeite doen om het vrouwtje gunstig te stemmen voordat het tot een paring komt. De bevruchte eieren worden, door een membraam omhuld, ongeveer drie maanden lang in het lichaam van het vrouwtje meegedragen. Kort voor de geboorte van de meestal 8 tot 12 jongen, scheurt het membraam in het lichaam van de moeder: de jongen komen als miniatuur-uitgaven van hun ouders ter wereld. De jongen zijn al direct zelfstandig maar blijven toch nog vaak enkele maanden bij de moeder. Zij voeden zich met insecten en wormen die ze zelf vangen. In gebieden met korte zomers, in Noord en West Europa, is het vrouwtje slecht eens in de 2 jaar vruchtbaar.

  • Geslachtsrijp: met 3-4 jaar
  • Paartijd: april/mei Aantal jongen 5-15

Verwante soorten:

Andere adderachigen in Europa o.a Pofadder, spitssnuitadder V, ursinii, aspisadder V. aspis, wipneusadder V. latasti, Bergadder V. xanthina, Levantadder V. lebetina en de hoornadder V. ammodytes.